Chroom

De keuze van Gezondheidsweb 
 prijs/kwaliteit

Ondersteunende werking van chroom bij de volgende aandoeningen:
Chroom DeOnlineDrogist

Dosering:
  • Tussen de 200 mcg tot 800 mcg per dag.
Chroom Vitaminstore

Waarschuwing:
  • Chroom is veilig in de aangegeven doseringen.
  • Chroom supplementen kunnen milde maagdarmklachten veroorzaken.
Indicaties:
  • Verminderde glucosetolerantie (slechter verwerken van glucose).
  • Verhoogde cholesterolgehalte en triglyceridenspiegel.
  • Toename van vetmassa, overgewicht.
  • Gewichtsverlies (bij ernstige tekorten).
  • Groei achterstand.
  • Aandoening van één of meer perifere zenuwen.
  • Depressie.
  • Diabetes type 2, zwangerschapsdiabetes.
  • Hart- en vaatziekten.
  • Metabool syndroom.
  • Ouderdom (chroomgehalte daalt met de leeftijd).
  • PCOS (Polycysteus Ovarium Syndroom) is een hormonale afwijking bij de vrouw.
  • Preventie botontkalking (osteoporose).
  • Stress.
Meer info:
  • Chroom is belangrijk voor het koolhydraat-, eiwit- en vetmetabolisme. Chroom maakt deel uit van de glucosetolerantiefactor (GTF) en verhoogt de glucosetolerantie door ondersteuning van de insulinewerking. Daarnaast verbetert chroom de ratio tussen LDL- en HDL-cholesterol in het bloed.
  • Voldoende chroom kan van belang zijn om de vetopslag in het lichaam onder controle te houden. Voeding rijk aan enkelvoudige suikers verhoogt de uitscheiding van chroom.

L-citrulline

De keuze van Gezondheidsweb 
 prijs/kwaliteit

Ondersteunende werking van L-citrulline bij de volgende aandoeningen:
L-Citrulline DeOnlineDrogist

Indicaties:
  • L-citrulline doet nog meer het gehalte van L-arginine toenemen dan inname van het supplement L-arginine. Verbetert bovendien de stikstofbalans
  • Wordt niet vastgehouden in de lever, maar wordt zonder belemmeringen doorgelaten tot aan de nieren. Daar wordt het omgezet in L-arginine.
  • Heeft een gunstig effect op de bloedvaten.
  • Verhoogt de stofwisseling, doet de aerobe prestaties toenemen en gaat de vermoeidheid van de spieren tegen.
  • Versterkt het immuunsysteem.
  • Helpt bij vermoeidheid en zorgt voor een sneller herstel.
  • Kan de gevolgen van melkzuurophoping verminderen.
L-Citrulline Vitaminstore

Meer info:
  • Citrulline is een niet- essentieel aminozuur dat onder bepaalde omstandigheden door lichaam wordt gevormd uit andere voedingsstoffen.
  • Citrulline speelt samen met ornithine en arginine een belangrijke rol bij de zogenaamde ureumcyclus in de lever. Tijdens deze cyclus wordt het giftige ammoniumion omgezet in ureum. Deze cyclus is noodzakelijk voor de verwijdering van de giftige afvalstoffen van stikstof. Raakt dit proces verstoord, dan kan dit leiden tot een dodelijke stijging van proteïnes (zoals ammoniak) in de bloedbaan. Voor de behandeling van deze klachten wordt dan ook vaak een supplement-inname van citrulline of arginine aanbevolen.
  • Citrulline is eveneens een voorloper van arginine, een stof die tijdens de ureumcyclus wordt aangemaakt.
  • L-citrulline wordt het beste op nuchtere maag ingenomen met water of fruitsap, een uur voor en na inname van L-citrulline, geen eiwitten nuttigen, deze gaan concurreren met L-citrulline en dan is de werking niet ten volle uit.

DL-fenylalanine (DLPA)

De keuze van Gezondheidsweb 
 prijs/kwaliteit

Ondersteunende werking van DLPA bij de volgende aandoeningen:
DLPA DeOnlineDrogist

Dosering:
  • Dagelijks 400-800 mg DLPA een half uur voor de maaltijd met water innemen.
  • Mensen met hypertensie kunnen het beter een half uur na de maaltijd innemen.
  • Wanneer geen effect optreedt, is het beter de dosis te verdubbelen of verdrievoudigen totdat een effect intreedt. Daarna kan weer afgebouwd worden tot de onderhoudsdosering waarbij het effect nog blijft bestaan. DLPA werkt ongeveer bij 60% van de mensen die het proberen. 
  • Als na 3 weken het effect nog niet wordt opgemerkt, is de persoon waarschijnlijk niet gevoelig voor DLPA en moet de behandeling worden gestaakt.
DLPA Vitaminstore

Synergisme (versterkt de werking van DLPA):
  • Pijnstillers als paracetamol en aspirine hebben een heel ander werkingsmechanisme dan DLPA en kunnen het pijnstillend effect vergroten. Om de omzetting van fenylalanine in de diverse hormonen te vergemakkelijken zijn een aantal cofactoren nodig, waaronder vooral vitamine B6 en vitamine C. Om een optimale voorziening van synergistische nutriënten te waarborgen, raden wij een basissuppletie van een goede multi-vitaminen en vitamine C aan.
Indicaties:
  • Chronische pijnen zoals fantoompijn (pijn voelen in een niet meer aanwezige lichaamsdeel), artrose, reumatoïde artritis, menstruatiepijn, lage rugpijn).
  • Depressies.
  • Vitiligo (pigment verlies op de huid, daardoor ontstaan kleine of grote melkwitte vlekken op de huid).
  • Ziekte van Parkinson (niet het beven, wel stijfheid, loop/spraakproblemen en depressie).
  • Multiple sclerose.
Waarschuwing:
  • Van doseringen van 1500 mg DLPA of minder zijn geen bijwerkingen vastgesteld, afgezien van een zeldzaam geval van misselijkheid of hoofdpijn.
  • DLPA bevat fenylalanine en mag daarom niet worden gebruikt door mensen met fenylketonurie. Bij sommige mensen heeft DLPA een bloeddrukverhogend effect.
  • Bij patiënten met (aanleg voor) hypertensie is het verstandig de dosering langzaam op te bouwen en de bloeddruk in de gaten te blijven houden.
  • DLPA mag niet worden gebruikt in combinatie met bloeddrukverhogende medicijnen (bv. MAO-remmers).
Meer info
  • DL-phenylalanine (DLPA) is een mengsel van zowel de rechtsdraaiende D-vorm van het ringvormige aminozuur fenylalanine als de (natuurlijke) linksdraaiende L-vorm. L-fenylalanine kan gemakkelijk de bloed-hersenbarrière passeren en kan worden omgezet in het aminozuur L-tyrosine dat in schildklierhormoon kan worden omgezet en via L-dopa uiteindelijk de neurotransmitters dopamine, noradrenaline en adrenaline kan vormen. Deze neurotransmitters zijn onder meer van belang voor het geheugen, alertheid en de leerfunctie. Fenylalanine kan niet door het lichaam worden aangemaakt, het is daarom een essentieel aminozuur.
  • L-fenylalanine maakt deel uit van een aantal psychoactieve medicijnen, evenals belangrijke lichaamsstoffen, zoals acetylcholine, vasopressine, cholecystokininen, enkefalinen en endorfinen. Endorfinen en enkefalinen zijn substanties die het lichaam aanmaakt als we zware lichamelijke inspanning (sport) verrichten of wanneer we positieve emoties ondervinden. Deze door het eigen lichaam aangemaakte morfineachtige stoffen (endogene opiaten) maken het lichaam minder gevoelig voor (of bewust van) pijn. Bovendien hebben deze stoffen een stemmingsverbeterend effect. Ze worden in verband gebracht met een positievere levensinstelling, een verhoogde alertheid, verbetering van de geheugenfunctie, een verhoogde vitaliteit en vergroting van de seksuele interesse. Dit zou een belangrijke reden zijn waarom DL-fenylalanine een anti-depressieve werking heeft.
  • D-fenylalanine kan niet worden omgezet in tyrosine en wordt vooral omgezet in fenylethylamine (een krachtige stemmingsverbeteraar). DL-fenylalanine heeft een sterk afremmend effect op de enzymen die deze endogene opiaten (endorfinen, enkephalinen) afbreken, waardoor deze stoffen hun werking langer kunnen blijven doen en de natuurlijke pijntolerantie stijgt. DLPA bestrijdt in zekere zin niet het symptoom "pijn", maar ondersteund juist het lichaamseigen pijnbestrijdingssysteem.
  • Mensen met gewrichtsaandoeningen en depressieve personen blijken sterk verlaagde niveaus van fenylethylamine te hebben, waardoor endorfines veel te snel worden afgebroken en ze veel sneller dan anderen last hebben van pijn en depressies. Het geven van D-Phenylalanine bij deze personen heeft een sterke stijging van de fenylethylamine-spiegel tot gevolg, een duidelijke vermindering van de pijnbeleving en een verbeterde mobiliteit. DLPA wordt verder nog ingezet bij chronische pijnaandoeningen als lage rugpijn, menstruatiepijnen, hoofdpijnen (migraine) en fantoompijn, evenals bij een grote variëteit aan soorten depressies.

DHA (omega-3 vetzuur)

De keuze van Gezondheidsweb 
 prijs/kwaliteit

Ondersteunende werking van DHA (omega-3 vetzuur) bij de volgende aandoeningen:
  • Voor een dagelijkse onderhoudsdosis kan worden uitgegaan van circa 500-1000 mg EPA+DHA per dag.
  • De optimale therapeutische dosering omega-3 vetzuren varieert per aandoening en kan oplopen tot 5 à 10 gram per dag.
  • Visolie kan desgewenst worden verwerkt in onder meer salades, yoghurt of vruchtensappen.
DHA Vitaminstore

Synergisme:
  • Om oxidatie van omega-3 vetzuren in het lichaam tegen te gaan wordt gelijktijdig gebruik van een vitamine E-supplement (complex van tocoferolen) met circa 400 IE per dag aangeraden.
  • Flavonoïden verhogen de opname van EPA en DHA.
Waarschuwing:
  • In de aangegeven dosering zijn van DHA geen contra-indicaties bekend.
  • Bij gebruik van hoge doses visolie (meer dan 5 gram EPA + DHA per dag) bestaat het risico op diarree.
  • Omdat omega-3 vetzuren de eigenschap hebben bloedklontering tegen te gaan, kunnen bij patiënten die bloedverdunners gebruiken, een tekort aan vitamine K vertonen of andere medicijnen gebruiken die de bloedstolling remmen (aspirine), interne bloedingen ontstaan bij gebruik van hoge doses omega-3 vetzuren (meer dan 5 gram EPA + DHA). In die gevallen wordt aangeraden de dosering aan te passen. Het effect op de bloedstolling door omega-3 vetzuren is na 6 weken behandeling maximaal.
  • Ook andere interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.
Indicaties:
  • Ondersteunt de prikkeloverdracht tussen cellen, ondersteunt de opbouw van het zenuwstelsel: schizofrenie, depressie.
  • Bevordert een gezonde lichamelijke en geestelijke ontwikkeling.
    Ondersteunt de algehele stofwisseling.
  • Is een belangrijke bouwsteen voor de hersenen: goed voor een heldere geest, ondersteunt de concentratie (concentratiestoornissen), het geheugen en de leerprestatie, ADD/ADHD, autisme, dyslexie, dyspraxie (motorische stoornis).
  • Slaapproblemen bij kinderen.
  • Versterkt het immuunsysteem.
  • Bevordert een gezonde flora in de mond.
  • Zwangerschap en borstvoeding, baby en peutertijd.
  • Zwangerschapsdiabetes.
  • Aandoening van het zenuwweefsel: beroerte, multiple sclerose, ziekte van Parkinson, ziekte van Alzheimer.
  • Voorkomen en behandeling van leeftijdsgebonden geestelijke en intellectuele (verstandelijke) achteruitgang.
  • Voorkomen van maculadegeneratie (oogaandoening waarbij gezichtsscherpte afneemt). DHA is goed voor het gezichtsvermogen en draagt bij aan het behoud van scherp zicht.
  • Aandoeningen door chronische ontstekingen: hart- en vaatziekten, artritis, ALS (amyotrofische laterale sclerose is een spierziekte).
Meer info:
  • Het lange keten omega-3 vetzuur DHA (docosahexaeenzuur) wordt net als EPA beschouwd als een essentiële voedingsstof, aangezien de synthese uit de precursor alfalinoleenzuur vrijwel nihil is (zie brochure ‘omega-3 vetzuren algemeen’) en de omzetting van EPA in DHA uitermate traag verloopt. De grootste concentratie DHA in het lichaam bevindt zich in hersenen, zenuwstelsel en retina, waar het is ingebouwd in cellulaire en intracellulaire membranen (fosfolipiden), synapsen, fotoreceptoren en de myelineschede rondom zenuwen. DHA heeft een gunstige invloed op de structuur en functie van membranen en is precursor van ontstekingsremmende en neuroprotectieve metabolieten. Voldoende inname van DHA (uit zeevoedsel, algen) is cruciaal voor een goede opbouw en werking van het (centrale) zenuwstelsel. Een langdurig suboptimale inname van DHA (en EPA) verhoogt de kans op stoornissen op het gebied van denken, gedrag, stemming en/of zien, variërend van ontwikkelingsstoornissen op kinderleeftijd, depressie, bipolaire stoornis, schizofrenie, borderline stoornis, stress en agressie op volwassen leeftijd tot cognitieve achteruitgang en dementie op latere leeftijd. In Nederland is de gemiddelde inname van DHA uit voeding (circa 85 mg per dag bij volwassenen) ontoereikend om in de DHA-behoefte te voorzien, vooral in situaties waarbij de DHA-behoefte verhoogd is, zoals tijdens de zwangerschap, baby- en peutertijd, bij het ouder worden en bij aandoeningen die gepaard gaan met oxidatieve stress. Aanvullende suppletie met DHA is daarom in veel gevallen aan te raden.
  • Voldoende aanvoer van DHA (en het omega-6 vetzuur arachidonzuur) is cruciaal voor de aanleg en ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel, met name in het derde trimester van de zwangerschap en de eerste levensjaren van het kind. Studies laten zien dat DHA-suppletie tijdens zwangerschap en lactatie significant positieve effecten heeft op de visuele, cognitieve en motorische ontwikkeling van het kind en onder meer is geassocieerd met een hoger IQ op 4-jarige leeftijd en een betere neurologische ontwikkeling op 5,5-jarige leeftijd. Daarbij is DHA (en EPA) essentieel voor de (evenwichtige) ontwikkeling van het immuunsysteem van het kind. Voor een optimale DHA-status, waarbij de eigen DHA-voorraad niet steeds verder inkrimpt ten behoeve van de baby, hebben vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven meer DHA nodig dan de huidige aanbeveling van 200 tot 300 mg per dag, vermoedelijk 800-1000 mg per dag of meer. Als een baby flesvoeding krijgt is het belangrijk na te gaan of deze voldoende DHA bevat; DHA-suppletie bij baby’s tot 6 maanden is zeker veilig in hoeveelheden tot 315 mg/dag.Voldoende aanvoer van DHA (en het omega-6 vetzuur arachidonzuur) is cruciaal voor de aanleg en ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel, met name in het derde trimester van de zwangerschap en de eerste levensjaren van het kind. Studies laten zien dat DHA-suppletie tijdens zwangerschap en lactatie significant positieve effecten heeft op de visuele, cognitieve en motorische ontwikkeling van het kind en onder meer is geassocieerd met een hoger IQ op 4-jarige leeftijd en een betere neurologische ontwikkeling op 5,5-jarige leeftijd. Daarbij is DHA (en EPA) essentieel voor de (evenwichtige) ontwikkeling van het immuunsysteem van het kind. Voor een optimale DHA-status, waarbij de eigen DHA-voorraad niet steeds verder inkrimpt ten behoeve van de baby, hebben vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven meer DHA nodig dan de huidige aanbeveling van 200 tot 300 mg per dag, vermoedelijk 800-1000 mg per dag of meer. Als een baby flesvoeding krijgt is het belangrijk na te gaan of deze voldoende DHA bevat; DHA-suppletie bij baby’s tot 6 maanden is zeker veilig in hoeveelheden tot 315 mg/dag.
  • Vergeleken met kinderen met een hoge DHA-spiegel, hebben gezonde schoolkinderen (7-9 jaar) met een lage DHA-bloedspiegel meer moeite met lezen en een minder goed werkgeheugen; bovendien zijn ze emotioneel labieler en vertonen ze meer probleemgedrag. De Britse studie waarin dit is aangetoond, illustreert dat een verlaagde DHA-status ook significante effecten heeft op denken en gedrag van gezonde schoolkinderen zonder uitgesproken leer- en gedragsproblematiek zoals ADHD en dyslexie. 
  • Een goede DHA-status is op alle leeftijden belangrijk voor de hersenfunctie. In een placebogecontroleerde studie leidde DHA-suppletie (1160 mg/dag gedurende 6 maanden) tot significante verbeteringen van geheugen en reactietijd bij gezonde jongvolwassenen met een lage DHA-inname uit voeding. 
  • Met het ouder worden daalt het DHA-gehalte in hersenweefsel, onder meer in hersenschors, striatum, hypothalamus en hippocampus. Dieronderzoek laat zien dat dit gepaard gaat met toename van oxidatie van membraanlipiden, ischemische schade, verlies van synapsen en toename van bèta-amyloïd (Aβ) oligomeren. Daling van het DHA-gehalte in de hersenen is in verband gebracht met leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang en de ziekte van Alzheimer. Er is toenemend wetenschappelijk bewijs dat verhoging van de inname van omega-3 vetzuren (met name DHA) de kans op leeftijdsgerelateerde cognitieve achteruitgang verkleint en (vroege) ziekteprocessen vertraagt die uitmonden in vasculaire dementie of de ziekte van Alzheimer. Of DHA-suppletie helpt om het ziekteproces af te remmen bij mensen die al dement zijn, is minder duidelijk. Klinische studies met DHA + EPA laten vooral positieve effecten zien bij mensen met milde cognitieve achteruitgang. Bij ouderen met depressie en milde cognitieve achteruitgang namen depressieve symptomen af door verhoging van de DHA- of EPA-inname, terwijl verbeteringen in denken en perceptie van lichamelijk welzijn waren geassocieerd met een hogere DHA-inname.
  • Veel studies bevestigen de significante rol die omega-3 vetzuren (kunnen) spelen in de primaire en secundaire preventie van cardiovasculaire aandoeningen, voornamelijk door het risico op coronaire hartaandoeningen te verminderen. De positieve effecten van DHA (en EPA) zijn vooral te vinden in verlaging van de triglyceridenspiegel, bloeddrukverlaging (zowel diastolisch als systolisch) en het verbeteren van de vasculaire functie. Tevens laten sommige onderzoeksresultaten een verhoging van het HDL-cholesterol zien met een verwaarloosbaar effect op het LDL-cholesterol.
  • Bij suppletie met DHA (en EPA) is de opname van DHA beter als het in de vorm van triglyceriden wordt aangeboden en de olie bovendien is geëmulgeerd. Lees hierover meer in de brochure ‘omega-3 vetzuren algemeen’. In een bijzondere vorm van DHA die is ontwikkeld, is DHA gekoppeld aan choline, een andere essentiële voedingsstof voor de hersenen. Tijdens de snelle groei en ontwikkeling van het (centrale) zenuwstelsel in het derde trimester van de zwangerschap en de eerste levensjaren van een kind is de behoefte aan zowel DHA als choline toegenomen; DHA-choline conjugaten voorzien in beide. Deze DHA-choline conjugaten hebben bovendien een sterke neuroprotectieve werking, onder meer bij cerebrale ischemie door herseninfarct of hersenbloeding (dieronderzoek). De koppeling van choline aan DHA vergemakkelijkt de passage van choline langs de bloedhersenbarrière en zorgt ervoor dat een groter deel van de ingenomen choline de hersenen bereikt (en niet door de lever wordt afgebroken). In de hersenen wordt choline gebruikt voor de synthese van fosfatidylcholine, sfingomyeline en choline plasmalogenen (bestanddelen van fosfolipiden in membranen) en de neurotransmitter acetylcholine. Suppletie met DHA versnelt de synthese van fosfatidylcholine en andere fosfatides in de hersenen en bevordert de vorming van neuronale membranen (synergie).
  • Algen zijn de basis van de mariene voedselketen en kunnen als een zeer zuivere plantaardige bron van EPA en DHA beschouwd worden. Algen bevatten relatief veel DHA en als primaire omega-3-bron heeft het als groot voordeel niet of nauwelijks verontreinigd te zijn met toxische stoffen. Onderzoeken bevestigen dat de gunstige werking van de omega-3 vetzuren uit algenolie gelijk is aan die uit visolie. 
  • Bovenal is het zeer geschikt voor vegetariërs en veganisten, een nog altijd groeiende groep in de bevolking. ALA-rijke plantaardige bronnen, onderdeel van het vegetarische c.q. veganistisch menu, zijn ontoereikend om in de omega-3-behoefte te voorzien, toe te schrijven aan de inefficiënte lichaamseigen conversie van ALA naar EPA en DHA. Uit studies is gebleken dat het merendeel van de mensen met deze voedingsstijl een significant lagere omega-3-spiegel heeft ten opzichte van viseters. Van DHA kan gezegd worden dat dit het meest complexe vetzuur is van alle omega-3-vetzuren. Niet alleen de eerdergenoemde conversie van ALA naar EPA en DHA is zeer inefficiënt, ook de route van EPA naar DHA verloopt erg moeizaam. Echter de conversie van DHA naar EPA verloopt heel gemakkelijk en vindt plaats op basis van lichaamsbehoefte. Rechtstreekse suppletie met DHA heeft dan ook de absolute voorkeur en is effectiever dan EPA-suppletie. 
  • Er zijn duidelijke epidemiologische aanwijzingen dat een chronische DHA-deficiëntie kan leiden tot depressie en cognitieve achteruitgang. Inname van DHA uit algenolie verhoogt al in relatief lage dosering de DHA- en omega-3-index, waardoor het risico op deze nadelige deficiëntie-effecten kan worden verminderd. In hoeverre DHA-suppletie dezelfde gunstige cardiovasculaire gezondheidseffecten laat zien als bij vleeseters is nog onduidelijk.
  • Een ander (ethisch) en niet onbelangrijk voordeel van het gebruik van algen als DHA-bron is dat overbevissing en achteruitgang van de visstand worden afgeremd. In extenso maakt het dat algenoliën een zeer goed alternatief zijn voor vis en visolie. Door middel van aanvullende suppletie kan adequaat in de omega-3-behoefte worden voorzien, wat niet alleen geldend is voor vegetariërs en veganisten, maar ook voor niet-viseters of wanneer er sprake is van een visallergie.

Creatine

De keuze van Gezondheidsweb 
 prijs/kwaliteit

Ondersteunende werking van creatine bij de volgende aandoeningen:
Creatine DeOnlineDrogist

Dosering:
  • In te nemen tijdens de maaltijd met vruchtensap of een andere koolhydraten bevattende drank. Bij aanvang gedurende 5 dagen dagelijks 20 gram (creatine loading), verdeeld over 4 doses van 5 gram (een maatlepel) per dag, daarna gedurende 5 dagen 8 gram en vervolgens dagelijks 2 tot 3 gram.
  • Doel van de creatine loading (20 gram creatine per dag) is het optimaliseren van de creatinevoorraden in de spieren.
  • Het nemen van meer dan 20 gram per dag lijkt geen extra voordelen te bieden.
  • Na de loading-fase kan met een onderhoudsdosering van 2 tot 3 gram per dag worden volstaan.
Creatine Vitaminstore

Synergisme (versterkt de werking van creatine):
  • Het is goed om creatine suppletie te combineren met goede kwaliteit (spier)eiwitten (tevens de belangrijkste bron van creatine in de voeding), evenals de losse aminozuren die het meest voorkomen in spierweefsel. Daarbij gaat het om glutamine, taurine en BCAA’s. Om een optimale voorziening van synergistische nutriënten te waarborgen, raden wij daarnaast een basissuppletie van een goede multi-vitaminen en vitamine C aan.
Waarschuwing:
  • Niet gebruiken voorafgaand aan een bloedtest voor nierfunctieschade aangezien creatine wordt afgebroken tot creatinine, een marker voor nierinsufficiëntie. Creatine gebruik kan bij een dergelijke test dus een vals-positieve uitslag geven.
  • Er zijn nooit andere bijwerkingen gerapporteerd dan wat lichte gastrointestinale storingen bij enkele gevoelige personen.
  • Creatine is veilig, ook op lange termijn. Weliswaar blijkt bij suppletie met creatine in hoge doseringen de eigen creatine productie te verminderen, maar wanneer de creatine suppletie wordt gestopt, gaat de eigen productie weer naar de oude niveaus terug.
  • Koffie (cafeïne) vermindert in sterke mate het voordeel van creatine gebruik. Het remt de resynthese van fosfocreatine hetgeen in de rustfase tussen de trainingssets juist zo optimaal mogelijk moet kunnen geschieden.
  • Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.
Indicaties:
  • Prestatieverbetering in de sport, met name wanneer het op spierkracht aankomt (bv. korte en middenlange afstandlopers, bodybuilders, worstelaars).
  • Spieraandoeningen waarbij spiermassa vermindert.
  • Spierzwakte.
  • Neuromusculaire (zenuw en spier) aandoeningen (zoals ALS en MS).
  • Degeneratieve neurologische ziektebeelden zoals multiple sclerose en Parkinson.
  • Hartinsufficiëntie (onvoldoende werking van het hart).
  • ADHD
  • Weinig energie.
  • Spierpijn.
  • Teveel melkzuur in de spieren.
Meer info:
  • Creatine wordt in de nieren, pancreas en vooral lever gesynthetiseerd uit arginine, methionine en glycine. De lever gebruikt daarvoor S-adenolylmethionine (SAMe) als methyldonor. Creatine krijgen we echter ook met de voeding binnen. Vlees en vis zijn de belangrijkste bronnen en bevatten ongeveer 4 tot 5 gram creatine per kg. Het vlees van wilde dieren is van nature een veel rijkere bron. Onder normale omstandigheden is creatinedeficiëntie onwaarschijnlijk, maar personen die weinig rood vlees nuttigen en intensief trainen kunnen lage spiervoorraden aan creatine ontwikkelen hetgeen zich uit in klachten als vermoeidheid, toename van spierpijn en vermindering van kracht en uithoudingsvermogen. Daarnaast is gebleken dat het suppleren van creatine, ook bij gezonde sporters, prestatieverhogend werkt. 
  • Creatine functioneert in het spierweefsel als tijdelijke buffer van energierijke fosfaatgroepen. Tijdens spiercontracties kan creatinefosfaat snel fosfaatgroepen leveren voor de resynthese van ATP. De eigen ATP-voorraad en -productie is maar voor ongeveer 4 seconden toereikend, daarna gaat het lichaam de fosfaatgroepen in creatinefosfaat voor de ATP-productie gebruiken. Onderzoek op het vlak van het spiercelmetabolisme toont dat het catabole myostatine sterk daalt bij de combinatie van krachtraining met creatinesuppletie.
  • Ter verbetering van de prestatie is creatine in de vorm van creatinemonohydraat vooral in de sportwereld populair. Een groot aantal wetenschappelijke studies heeft aangetoond dat supplementatie met creatine de prestatie significant verhoogt tijdens hoogintensieve, kortdurende inspanning. De mate waarin dit effect optreedt, is afhankelijk van de hoeveelheid creatine die in de periode voor de inspanning is opgeslagen in het spierweefsel. Hoe meer creatine namelijk aanwezig is in de spieren, des te meer energie er beschikbaar is voor spieractiviteit. Tot dusver is ook aangetoond dat creatine anabole processen in spierweefsel stimuleert via remming van het catabole myostatine. Het resultaat is een toename van spiermassa, meer explosieve spierkracht en een groter uithoudingsvermogen. Spierweefsel bevat onder deze omstandigheden ook meer vocht. Vegetariërs vertonen door gebruik van creatine een nog grotere prestatietoename dan personen die vlees consumeren. Onderzoek onder gezonde jongvolwassenen toont dat creatine in een dagdosering van 20 gram gedurende 5 dagen, bij vegetariërs het geheugen bevorderde. Daarnaast verbeterde het tijdens de testen, bij zowel vegetariërs als vleesconsumerende personen, de keuze-reactiesnelheid.
  • Sportwetenschappers hebben onderzocht op welke manier de creatinevoorraden in de spier zo hoog mogelijk gemaakt kunnen worden. Onder normale omstandigheden daalt immers de eigen aanmaak van creatine wanneer men creatine suppleert en komt weer op gang als men het suppleren staakt. Zij ontdekten dat het relatief moeilijk is om grotere hoeveelheden creatine in de spieren te krijgen, maar een eenmaal in de spieren opgenomen hoeveelheid creatine gaat niet zo gemakkelijk meer weg (halfwaardetijd van 4 tot 6 weken). De beste manier om zo veel mogelijk creatine de cel in te krijgen, blijkt het aanbieden van grote hoeveelheden creatine in korte tijd, het zogenaamde "creatine loading". Hierbij begint men gedurende 5 dagen met dagelijks 20 gram creatine, verdeeld over 4 doses van 5 gram. Daarna gedurende vijf dagen een dagdosering van 8 gram gevolgd door een onderhoudsperiode, waarbij twee tot drie gram per dag voldoende is om de al hoge creatinevoorraden in de spieren op peil te houden. Op dit schema kan gevarieerd worden. Een studie onder jongvolwassen rugbyspelers wees op een meer dan 50% toename van het dihydrotestosteron na zeven dagen creatine loading met 25 gram per dag. Dihydrotestosteron is de meest actieve vorm van testosteron en sterk betrokken bij het herstel en spieropbouw.
  • Creatine zou ook de spierkracht kunnen vergroten bij mensen die aan degeneratieve spieraandoeningen en neuromusculaire aandoeningen lijden, zoals ALS (Amyotrofe Laterale Sclerose) en Multiple Sclerose. Wetenschappelijke studies onder grote groepen patiënten moeten meer duidelijkheid verschaffen. Het is waarschijnlijk dat creatine de werking van de mitochondriën verbetert en ontstekingsprocessen vermindert bij mensen met neurodegeneratieve aandoeningen. In toenemende mate wijst onderzoek op de neuroprotectieve eigenschappen van creatine en vindt onderzoek plaats naar het effect van creatinesuppletie bij ziekten als Parkinson en Huntington. Onderzoek toont dat ouderen boven de 65 jaar zonder negatieve bijwerkingen binnen enkele weken een sterke toename van spierkracht en lean bodymass laten zien wanneer ze creatine gebruiken tijdens een fysiek trainingsprogramma. Dergelijke resultaten kunnen in het dagelijks leven de zelfstandigheid enorm verbeteren. Dit zou ook betekenen dat creatine van nut kan zijn voor grote groepen mensen die lijden aan spierzwakte door ziekte of veroudering. De zeldzame ziekte van McArdle of myofosforilase deficiëntie kenmerkt zich door een, in meer of mindere mate, gebrekkige aanmaak van het enzym myofosforylase in de skeletspieren. Hierdoor kunnen de spieren in hun energiestofwisseling geen of te weinig glucose vrijmaken uit het opgeslagen glycogeen. Derhalve wordt de aandoening ook glycogeenstapelingsziekte type V genoemd. Enkele van de symptomen zijn snelle vermoeidheid, spierkramp en pijn bij zwaar tillen en inspanningen als rennen en traplopen. De ernst van de ziekte kan bij patiënten onderling sterk uiteenlopen en wordt bij menigeen pas later in het leven gediagnosticeerd. Personen kunnen als deel van de bestaande nutritionele behandeling baat hebben bij suppletie met laaggedoseerde creatinesuppletie (60mg/kg lich.gw.). Hogere doseringen (150mg/kg lich.gew.) verminderen juist de inspanningstolerantie. Verder kan met vitamine B6-suppletie gepoogd worden om het fosforylase enzym enigszins te activeren. Suppletie met D-ribose heeft in onderzoek tot dusver geen effect gehad.

Vitamine B12 (methylcobalamine)

De keuze van Gezondheidsweb 
 prijs/kwaliteit

Ondersteunende werking van vitamine B12 bij de volgende aandoeningen:
  • De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor volwassenen is 2,8 microgram per dag.
  • Mensen die risico lopen om een tekort aan vitamine B12 te ontwikkelen, zoals ouderen en vegetariërs, hebben baat bij een dagelijkse inname van 6 tot 30 mcg.
  • Sommige deskundigen pleiten bij ouderen (vijftigplussers) voor een dagelijkse dosis van 100 tot 400 mcg.
  • Therapeutische doses van methylcobalamine kunnen liggen tussen de 1500 en 6000 mcg per dag gedurende een korte periode.
 Vitamine B12 Vitaminstore

Synergisme (versterkt de werking van vitamine B12):
  • Vitamine B12 en foliumzuur zijn samen betrokken bij de vorming van hemoglobine. Ook bij de afbraak van homocysteïne doen ze hun werk samen beter.
  • Daarnaast kunnen choline en vitamine B6 het effect van vitamine B12 en foliumzuur op een te hoog homocysteïne in het bloed versterken.
Indicaties:
  • Bij coeliakie (glutenintolerantie) die niet behandelt wordt komen vitamine B12 tekorten vaak voor.
  • Mensen met Alzheimer hebben meestal onvoldoende vitamine B12. Helpt de homocysteïne gehalte te verlagen en zo krimpen van de hersenen te vermijden en zo de kans op Alzheimer te verminderen.
  • Ernstige depressie komt vaker voor bij mensen met vitamine B12 tekort.
  • Vitamine B12 is naast foliumzuur de belangrijkste vitamine die er voor zorgt dat de homocysteïne wordt afgebroken en zo het risico op hart- en vaatziekten kan verminderen.
  • Macrocytaire anemie (een vorm van bloedarmoede dat gekenmerkt wordt door rode bloedcellen die groter zijn dan normaal, door een vitamine B12 en/foliumzuur tekort).
Waarschuwing:
  • Er zijn geen contra-indicaties bekend van vitamine B12. Er zijn geen negatieve reacties bekend van vitamine B12. Zelfs bij doseringen van 1000 tot 3000 mcg per dag is vitamine B12 veilig gebleken, zoals is bevestigd door een overzichtsstudie van de Europese Commissie.
  • Een aantal geneesmiddelen verlaagt de opname van vitamine B12. Maagzuurremmers zoals omeprazol en zantac bijvoorbeeld. Vaak ontstaan pas symptomen van een tekort na enkele jaren medicijngebruik omdat het lichaam een reservecapaciteit aan vitamine B12 heeft. Daarom is het aan te raden om vitamine B12 altijd te suppleren bij het gebruik van maagzuurremmers.
  • Metformine wordt bij diabetes voorgeschreven om de bloedsuikerspiegel te verlagen. Echter, 10 tot 30 procent van de patiënten die metformine krijgen, krijgt problemen met de opname van vitamine B12. Het verdovingsmiddel lachgas zorgt voor een snelle daling van de hoeveelheid vitamine B12. Sommige deskundigen vinden dat vitamine B12-deficiëntie vóór het toepassen van lachgas zou moeten worden uitgesloten.
Meer info:
  • Van alle vitamines heeft vitamine B12 of cobalamine de grootste en meest complexe structuur. Het vitamine B12-molecuul heeft een moleculaire massa van 1000 en bevat een kobaltion. Vitamine B12 is de enige biochemische component die we kennen waarin kobalt zit. Vandaar de naam cobalamine. Mensen zijn niet in staat om vitamine B12 zelf te maken. Daarom moet de voeding voldoende vitamine B12 bevatten. Vitamine B12 komt uitsluitend voor in dierlijke producten zoals (orgaan)vlees en in mindere mate in vis, kip en zuivel. Alleen bacteriën kunnen vitamine B12 synthetiseren. Alle vitamine B12 in de voedselketen is dus oorspronkelijk afkomstig van bacteriën.
  • Vegetariërs en veganisten hebben een verhoogd risico op een tekort aan vitamine B12 omdat ze geen vlees of vis eten. Vroeger dacht men dat mensen vitamine B12 konden opnemen die door bacteriën in de dikke darm wordt gemaakt. Inmiddels is aangetoond dat de dikke darmwand cobalamine vrijwel niet doorlaat. Wel wordt een fractie opgenomen door de slijmvliezen in de mond. Dit mechanisme is vooral relevant bij vloeibare supplementen en zuigtabletten met een hoge concentratie vitamine B12. De meest bepalende opnamestap vindt echter plaats in de maag, waar vitamine B12 door het maagzuur wordt losgekoppeld van eiwitten in de voeding. In de dunne darm wordt vitamine B12 vervolgens ‘vastgeplakt‘ aan de intrinsieke factor (IF). IF is een product van de maagwand die de vitamine beschermt tegen afbraak en het transport door de dunne darmwand mogelijk maakt. Bij ouderen maakt de maagwand minder IF aan, waardoor zij een risicogroep vormen voor vitamine B12-gebrek. Een auto-immuunziekte waarbij de opname van vitamine B12 gevaar loopt is pernicieuze anemie (kwaadaardige bloedarmoede). Daarbij valt het immuunsysteem de pariëtale cellen in de maagwand aan, waardoor ze geen IF meer produceren. Snelle en efficiënte suppletie is dan noodzakelijk.Er zijn verschillende vormen van cobalamine. De geneeskunde werkt meestal met hydroxycobalamine. De meeste supplementen bevatten cyanocobalamine, dat van nature niet voorkomt in levende organismen, maar dat erg stabiel is. Deze stabiliteit heeft wel een keerzijde. Om cyanocobalamine te kunnen gebruiken, moet in het lichaam eerst de cyaangroep worden verwijderd. Vervolgens moet het cobalamine worden omgezet in de actieve vormen van vitamine  B12: methylcobalamine en adenosylcobalamine. Deze stappen verlopen niet altijd even efficiënt en kunnen afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende cofactoren tot 1 à 2 maanden duren. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat suppletie met adenosylcobalamine en methylcobalamine efficiënter is dan suppletie met cyanocobalamine. Een dosis van deze geactiveerde vormen van B12 wordt door de weefsels beter vastgehouden dan cyanocobalamine. Deze actieve (coenzym)vormen verdienen daarom in de klinische praktijk de voorkeur, zeker als hoge doses ingezet moeten worden of als een snel resultaat nodig is (bijvoorbeeld bij B12-gebrek als gevolg van pernicieuze anemie). Onderzoek in Wageningen heeft uitgewezen dat vitamine B12 in hogere doseringen passief via diffusie (dus zonder tussenkomst van intrinsieke factor) wordt opgenomen. In doseringen vanaf circa 600 mcg kunnen dezelfde serumconcentraties worden bereikt als via vitamine B12 injecties. Het onder de tong laten smelten is voor voldoende opname van B12 in principe overbodig geworden.
  • Secundaire bloedarmoede is een eerste symptoom van vitamine B12-gebrek. Adenosylcobalamine is - net als foliumzuur - een cofactor voor de vorming van hemoglobine, het ijzerhoudende eiwit dat zuurstof aan zich bindt. Bij een tekort aan B12 (of foliumzuur), wordt er onvoldoende hemoglobine gemaakt, waardoor de rode bloedcellen arm zijn aan hemoglobine (megaloblastaire anemie). Verder speelt adenosylcobalamine een rol bij de energieproductie uit vetten en eiwitten. Methylcobalamine is cruciaal voor het functioneren van het zenuwstelsel, dat wil zeggen de hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen: de stof is betrokken bij de aanmaak van neurotransmitters en bij de vorming van de myelineschede van zenuwcellen. Van alle organen bevat de hypofyse de hoogste concentratie cobalamine. Veel neurologische klachten, van depressie tot dementie, worden in verband gebracht met vitamine B12. Bij vitamine B12-gebrek kunnen diverse neurologische symptomen optreden waaronder: gevoelloosheid en tintelingen in de armen, geheugenverlies, desoriëntatie, depressie of stemmingswisselingen. Let op: in 25 procent van de gevallen zijn neurologische symptomen de enige aanwijzing voor een vitamine B12-tekort. Patiënten met neurologische klachten kunnen in het zenuwweefsel een tekort hebben aan cobalamine, terwijl de cobalaminestatus in hun bloed nog op peil is. Methylcobalamine is ook een cofactor voor methioninesynthase, een enzym dat het aminozuur methionine terugwint uit homocysteïne. Deze stap is afhankelijk van foliumzuur. Er is een relatie tussen lage vitamine B12-spiegels en de ophoping van homocysteïne. Dit wordt bij vegetariërs en veganisten vaak gezien en geeft plaquevorming en een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Methionine is op zijn beurt nodig voor de synthese van S-adenosylmethionine (SAMe), een belangrijke methyldonor voor de methylering van DNA en RNA. En dat is weer een belangrijke stap in het ‘aan- en uitzetten’ van genen. Dus ook daarin vervult vitamine B12 een sleutelrol. Verder kunnen een pijnlijke tong, verlies van eetlust en constipatie wijzen op vitamine B12-gebrek, al is niet helemaal duidelijk waarom. Mogelijk is er een verband met de onderliggende aandoening die het vitamine B12-tekort veroorzaakt (bijvoorbeeld een maagontsteking in het geval van pernicieuze anemie).

L-carnitine

De keuze van Gezondheidsweb 
 prijs/kwaliteit

Ondersteunende werking van L-carnitine bij de volgende aandoeningen:
L-carnitine DeOnlineDrogist

Dosering:
  • Dagelijks circa 400 mg L-carnitine een 30 minuten voor de maaltijd met water innemen.
  • L-Carnitine kan beter niet tegelijk met eiwitten worden ingenomen, omdat de gelijktijdige aanwezigheid van grote hoeveelheden andere aminozuren de absorptie van L-carnitine kan hinderen.
  • Het is niet raadzaam L-carnitine ’s avonds in te nemen, omdat de waakzaamheid en activiteitsdrang die het met zich mee kan brengen de nachtrust mogelijk kan storen. In relatie tot trainingen of belangrijke wedstrijden wordt aangeraden om L-carnitine ongeveer 2 uur van tevoren in te nemen.
L-carnitine Vitaminstore

Synergisme (versterkt de werking van L-carnitine):
Om naast aanvulling van tekorten ook de eigen biosynthese (met name in lever en nieren) van L-carnitine te stimuleren is het raadzaam ook te supplementeren met de bouwstenen van L-carnitine:
Indicaties:
  • Verlaagt het vetpercentage, verbetert de conditie, helpt fysieke prestaties te verbeteren, verhoogt de energieproductie in spiercellen.
  • Bij ongetrainde individuen heeft L-carnitine een significante verbetering van de prestaties tot gevolg.
  • L-carnitine herstelt spieren en bouwt spieren sneller op, gaat spiervermoeidheid tegen. Een carnitinesupplement vult aan wanneer door zware inspanning meer L-carnitine wordt afgebroken en verdwijnt via zweet en urine.
  • L-carnitine kan cholesterol spiegel verlagen.
  • Vermindert de kans op hartaanvallen.
  • Ondersteunt het hart.
  • Versnelt het herstel na ziekte.
  • Helpt bij vermoeidheid.
  • Mogelijk helpt L-carnitine bij het chronische vermoeidheidssyndroom.
  • L-carnitine helpt ouderdomskwalen te verminderen.
  • Helpt onvruchtbaarheid opheffen.
  • Beschermt de hersenen tegen te weinig zuurstof; ondersteunt de zuurstofopname bij zware lichamelijke arbeid, sport.
  • Remt vorming en bevordert verwijdering van melkzuur.
  • Bevordert de doorbloeding.
  • Ondersteunt de vruchtbaarheid van de man. L-carnitine is van groot belang voor de kwaliteit van het sperma (sperma is grotendeels van vetverbranding afhankelijk).
  • Stimuleert de ammoniakuitscheiding door inbouw van ammoniak in ureum te bevorderen.
Waarschuwing:
  • In de aanbevolen doseringen van L-carnitine zijn geen contra-indicaties bekend. Inname tijdens de zwangerschap levert geen problemen op, en is juist aan te raden omdat het langs verschillende wegen bijdraagt aan het welzijn van moeder en kind.
  • Voor zover bekend veroorzaakt L-Carnitine in de aangegeven dosering geen bijwerkingen.
  • Er zijn een aantal interacties bekend van medicijnen met L-carnitine. Een aantal bekende anti-epileptica (bijvoorbeeld fenobarbital, fenitoïne, carbamazepine) hebben een sterk verlagend effect op de L-carnitinespiegels.
  • Ook andere interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.
Werking:
  • L-Carnitine speelt een essentiële rol bij de omzetting van vetzuren in metabole energie. Het is de enige stof die langketenige vetzuren over de binnenste mitochondrionmembraan de mitochondria binnen kan brengen, waar ze verbrand worden (bèta-oxidatie ondergaan). Dit is met name van belang in organen zoals bijvoorbeeld het hart, die voor hun energievoorziening sterk afhankelijk zijn van bèta-oxidatie en vetverbranding. Omgekeerd transporteert L-carnitine de stofwisselingsproducten van de citroenzuurcyclus weer het mitochondrion uit en terug het cytoplasma in.
  • Bij mensen die dagelijks veel energie verbruiken, zoals bij zware lichamelijke arbeid, sport e.d. verhoogt carnitine de energieproductie in de spiercellen en verbetert het de zuurstofopname. Het remt de vorming en bevordert de verwijdering van melkzuur en heeft een anti-vermoeidheids effect in geval van zuurstofgebrek in de weefsels o.a. als gevolg van langdurige spierarbeid.
  • L-Carnitine wordt ook gebruikt bij gebrek aan energie en uitputting door ziekte.
  • Zware inspanning heeft echter wel een verhoogde afbraak van L-carnitine tot gevolg. Marathonlopers scheiden sterk verhoogde hoeveelheden L-carnitine uit via zweet en urine, wat de eigen voorraden kan doen uitputten en het herstel vertragen.
  • Bij ongetrainde individuen heeft L-carnitine een significante verbetering van de prestaties tot gevolg, vergelijkbaar met de effecten van training. Omgekeerd verhoogt training de L-carnitineniveaus in de spieren.
  • Omdat ook sperma grotendeels van vetverbranding afhankelijk is, is L-carnitine is ook van groot belang voor de kwaliteit van het sperma.
  • L-Carnitine is ook betrokken bij de productie van energie uit ketonlichamen, pyruvaat en/of aminozuren (inclusief de vertakte keten aminozuren). Het heeft eveneens een beschermend effect tegen ammoniak-vergiftiging, doordat het inbouw van ammoniak in ureum bevordert.
  • Omdat L-carnitine vrijwel uitsluitend in dierlijke producten voorkomt (carnis = vlees), en een vegetarische voeding vaak ook arm is aan de bouwstenen van L-carnitine (lysine en methionine) kunnen deficiënties ontstaan bij pure vegetariërs. 
  • L-Carnitine wordt verder al 15 jaar toegevoegd aan zuigelingenvoeding wat het belang en de veiligheid van dit nutriënt nog eens onderstreept.

L-carnosine

De keuze van Gezondheidsweb 
 prijs/kwaliteit

Ondersteunende werking van L-carnosine bij de volgende aandoeningen:
L-carnosine DeOnlineDrogist

Dosering:
  • Bij humane studies worden doseringen van 800 mg per dag (autisme) tot zelfs meer dan een gram per dag (800-2000 mg, epilepsie) gebruikt. Het argument om dergelijke hoge doseringen te gebruiken, is dat het lichaam carnosine afbreekt met behulp van het enzym carnosinase.
  • Maar andere wetenschappers beweren dat ook lage doseringen carnosine al effectief kunnen zijn. Zo hebben doseringen van 50-200 mg al een effect op de uitscheiding van malondialdehyde (eindproduct van lipidenperoxidatie) en dit effect zou niet noemenswaardig verbeteren bij verhoging van de dosering tot 500-1000 mg.
L-Carnosine Vitaminstore

Synergisme (versterkt de werking van L-carnosine):
  • Carnosine werkt samen met andere antioxidanten, zoals vitamine Cco-enzym Q10 (ubiquinol) en in de membranen vooral met vitamine E, heeft een sparende werking op deze antioxidanten. Suppletie met (relatief kleine doses) van deze nutriënten kan zodoende de werking van carnosine nog versterken.
  • Eventuele tekorten aan vitamine E kunnen op korte termijn door carnosine worden opgevangen. Extra zink heeft waarschijnlijk een synergistisch effect op de neuroprotectieve eigenschappen van carnosine.
Waarschuwing:
  • In de aangegeven dosering zijn van L-carnosine geen contra-indicaties bekend.
  • Er zijn geen schadelijke lichamelijke bijwerkingen van carnosine gevonden.
  • Bij sommige manische en/of hyperactieve autistische patiënten blijkt een te hoge dosis (meerdere grammen per dag) overstimulatie te kunnen geven van de frontale kwabben, wat aanleiding kan geven tot geïrriteerdheid, hyperactiviteit of slapeloosheid. Deze symptomen verdwijnen weer wanneer de dosis carnosine of andere medicatie wordt verlaagd.
Indicaties:
  • Epilepsie behoort tot die aandoeningen waar oxidatieve stress en carbonylatie de hersencellen beschadigen. Carnosine bestrijdt deze reacties.
  • Carosine verbetert de expressieve en receptieve taalvermogens bij autistische kinderen.
  • Energie en uithouding.
  • Wondgenezing en huidverzorging: beschermt de huid tegen veroudering. Als sterk antioxidant voorkomt L-carnosine crosslinking van eiwitten, met als voorbeeld crosslinking van collageen in de huid.
  • Beschermt tegen ouderdomsverschijnselen.
  • Beschermt het zenuwweefsel en is van bijzonder belang voor sporters en anderen voor wie de spierfunctie extra aandacht behoeft. Ondersteunt de spierfunctie door de spiercontractie te verbeteren.
  • Alzheimer: ophoping van bèta-amyloïd in hersenweefsel is een bepalende factor bij de ziekte van Alzheimer. In vitro experimenten bleek behandeling met carnosine in staat om de celschade door bèta-amyloïd gedeeltelijk of soms zelf geheel terug te dringen.
  • Diabetes gaat gepaard met een overvloed aan AGE’s, waarbij de arteriën, de lens en de retina van het oog, de perifere zenuwen en de nieren met name worden aangevallen. Door de glycosylatie tegen te gaan, kunnen bijvoorbeeld schade en ontstekingsprocessen aan de glomeruli in de nieren, en de resulterende nierdegradatie, worden verminderd.
  • Cataract (grijze staar): carosine in de vorm van oogdruppels vermindert de symptomen.
  • Maagzweren: combinatie van zink en carosine geeft een goede bescherming aan de maagwand.
  • Heeft een bloeddrukverlagende werking, helpt bij een te hoge bloeddruk.
  • Versterkt het immuunsysteem.
Meer info:
  • Carnosine was tot nu toe voornamelijk bekend bij bodybuilders en atleten, vanwege de werking op vermoeide spieren. De laatste tijd komt het echter meer en meer in beeld, ondersteund door ruim 800 studies, als één van de belangrijkste supplementen tegen verouderingsprocessen. Carnosine gaat op meerdere fronten tegelijk de leeftijdsgebonden beschadiging en afbraak van lichaamseiwitten tegen. Een aantal fundamentele biochemische processen zoals glycosylering, carbonylering, crosslinking en beschadiging door vrije radicalen, kunnen de lichaamseiwitten beschadigen, wat functieverlies en op den duur degeneratie van weefsels en organen tot gevolg heeft. Naarmate men ouder wordt, wordt dit een steeds grotere bedreiging voor de gezondheid.
  • Carnosine is daarnaast een sterke beschermer van zenuwweefsel en het helpt bij het uitscheiden van toxische zware metalen. Als wateroplosbaar antioxidant heeft het de unieke eigenschap dat het in de celmembranen peroxidatie van de membraanlipiden tegengaat. Carnosine functioneert daarbij waarschijnlijk als wateroplosbare "partner" van vitamine E bij de bescherming van celmembranen.
  • Carnosine is het eerste peptide dat uit natuurlijk materiaal werd geïsoleerd. Al een eeuw geleden meldden de Russische onderzoekers Gulewitsch en Amiradzibi als eersten de succesvolle isolatie van een kristallijne stof uit Liebigís vleesextract, dat ze carnosine noemden. Vervolgens werd deze substantie geïdentificeerd als bèta-alanyl-L-histidine. Twee andere Russische onderzoekers hebben daarna een enorme bijdrage geleverd aan het onderzoek naar de biologische effecten en medische toepassingen van carnosine. Ondanks deze oude geschiedenis van carnosine, zijn de anti-verouderingseigenschappen pas in het laatste decennium, en met name pas in de laatste jaren bekend geworden. Een recent literatuuronderzoek leverde 780 gepubliceerde studies op, voornamelijk door Russische en Japanse onderzoekers, hoewel de laatste jaren ook Britse en Australische onderzoekers carnosine hebben ontdekt.
  • Carnosine is een dipeptide dat door het lichaam gevormd kan worden uit de aminozuren bèta-alanine en histidine met behulp van het enzym carnosinesynthetase. Het komt vooral voor in langlevende weefsels als zenuwweefsel en spierweefsel, evenals in andere geïnnerveerde weefsels. Het kan weer worden afgebroken door de carnisinase-enzymen, die speciaal bedoeld zijn om carnosine in de weefsels of in het bloed te inactiveren. Bronnen van carnosine in de voeding zijn vlees, gevogelte en vis. De absorptie van carnosine uit voedsel is ongeveer 30-70%, afhankelijk van de hoeveelheid verschillende aminozuren in het voedsel. Gezuiverd carnosine (in supplementen) wordt voor meer dan 70% geabsorbeerd, voornamelijk in de dunne darm (jejunum). Vanuit het bloed gaat het naar de weefsels, met name spier- en hersenweefsel. Het plasma bevat geen meetbare hoeveelheden carnosine. In het hersen- en spierweefsel kan het enzym carnosinesynthetase carnosine vormen uit de aminozuren alanine en histidine. Een andere groep van enzymen, dipeptidases of carnosinases, inactiveren juist weer carnosine in het bloed en in andere weefsels.
  • In de loop der jaren zijn er verschillende dipeptiden gevonden die structureel verwant zijn aan carnosine (de aminoacyl aminozuren). Deze worden allen gesynthetiseerd door carnosinesynthetase. Wanneer carnosine gemethyleerd wordt, ontstaat anserine (bèta-alanyl-N1-methylhistidine). Creatine en anserine zijn de belangrijkste niet-eiwit stikstofverbindingen in spierweefsel. Deze stoffen kunnen 0,2 tot 0,5% van de netto spiermassa uitmaken. In het centrale zenuwstelsel komen vooral homocarnosine (combinatie van GABA en carnosine) en andere gamma-aminobutyryl (GABA) houdende dipeptiden voor. Deze hebben daar allen een functie als bestrijder van vrije radicalen, maar carnosine heeft een additioneel effect omdat het ook tegen glycosylering en andere manieren van eiwitafbraak werkt.
  • Veel onderzoek in het afgelopen decennium concentreert zich op beschadiging van lichaamseiwitten als belangrijke oorzaak voor verouderingsprocessen. Door diverse oorzaken, waaronder oxidatie, carbonylering, glycosylering, lipide-peroxidatie, crosslinking en de productie van AGE’s (toelichting verderop) kunnen lichaamseiwitten veranderen en beschadigd raken, wat functieverlies tot gevolg heeft. Wanneer op den duur een significant deel van het lichaamseiwit in een dergelijke toestand is geraakt, wordt het lichaam gevoeliger voor degeneratieve ziekten. Een groot aantal wetenschappelijke studies, gepubliceerd in met name Russische en Japanse wetenschappelijke tijdschriften, maar ook in het Westen, wijst uit dat carnosine effectief is tegen al deze vormen van eiwitdenaturatie. Carnosine lijkt de meest effectieve verbinding te zijn tegen carbonylering die tot nu toe is ontdekt. Carbonylering is een pathologische stap in de veroudering van eiwitten. Bij carbonylering hechten carbonylgroepen zich aan eiwitmoleculen (en fosfolipiden). Het resultaat is dat de eiwitten worden afgebroken (proteolyse) en dit kan uiteindelijk leiden tot het afsterven van de cel. Carnosine reageert met de carbonylgroep en vormt een inerte proteïne-carbonyl-carnosine-verbinding, waardoor de proteïnen worden beschermd en denaturatie wordt tegengegaan. Proteïnen zijn niet de enige moleculen die gedenatureerd worden door carbonylering, ook fosfolipiden kunnen het slachtoffer zijn. Carbonylering van fosfolipiden veroorzaakt vooral schade in het centrale en perifere zenuwstelsel, wat resulteert in geheugenverlies en vermindering van cognitieve vermogens. Omdat carnosine carbonylering van fosfolipiden tegengaat, is het niet vreemd dat het geweldige neuroprotectieve eigenschappen heeft.
  • Misschien wel de belangrijkste werking van carnosine is de anti-glycosylering-werking. Eén van de sleutelprocessen van veroudering is het proces van de glycosylering (ook wel glycatie genoemd). De enorme impact van dit proces op de gezondheid begint steeds meer door te dringen in de wetenschappelijke wereld. Met name bij hoge glucosespiegels in het bloed reageert het glucose (suikeraldehyden) met bepaalde aminozuren op waardevolle lichaamseiwitten, waardoor niet-functionerende eiwitstructuren ontstaan. De aldus aangedane eiwitten oxideren in enkele stappen verder tot uiteindelijk Advanced Glycation Endproducts (AGE’s). Deze AGE’s kunnen een vijftigvoudige stijging in de vorming van vrije radicalen geven. Eenmaal gevormde AGE’s reageren met naburige eiwitten en veroorzaken zo pathologische crosslinking, wat een fundamenteel proces is in het verouderingsproces. Crosslinking zorgt voor verlies van functionaliteit en verharding van weefsels. Schade door ophoping van AGE’s draagt op zijn minst deels bij aan verschillende ouderdomsziekten, zoals verharding van de arteriën, diabetes, atherosclerose, cataract, beroerte, de ziekte van Alzheimer en veroudering van de huid. Met name diabetici vormen relatief vroeg in hun leven al grote hoeveelheden AGE’s.
  • Carnosine blokkeert deze schadelijke reactie. Carnosine heeft structurele verwantschap met de plaatsen die de reactieve aldehydeverbindingen (aldehyde- en ketosesuikers) aanvallen en het lijkt er dan ook op dat carnosine zichzelf "opoffert" om het doelwit te sparen. Carnosine bindt zich tevens aan reeds gevormde AGE’s, het inactiveert ze en verwijdert ze (carnosylering/carnosylatie). Carnosine stimuleert tevens andere eliminatieroutes voor AGE’s. Zo kunnen AGE’s geïnactiveerd worden door macrofagen, die daarvoor speciale receptoren bezitten (RAGE’s). Carnosine faciliteert deze eliminatieroute door de macrofagen te helpen AGE-moleculen beter te herkennen.
  • Carnosine vangt effectief de meest destructieve vrije radicalen weg, namelijk het hydroxylradicaal, evenals superoxide, singletzuurstof en het peroxylradicaal. Het wordt beschouwd als het wateroplosbare equivalent van vitamine E bij de bescherming van celmembranen tegen oxidatieve schade. Specifieker, als een wateroplosbare vrije radicaalvanger voorkomt het lipideperoxidatie in de celmembraan. De hydrofiele aard van carnosine geeft bescherming in het cytosol, waar vele lipide-peroxidatieproducten gevonden worden.
  • In tegenstelling tot veel andere antioxidanten gaat carnosine niet alleen de vorming van vrije radicalen tegen, maar is het ook nog effectief tegen de schadelijke verbindingen die als gevolg van vrije radicaalschade kunnen ontstaan. Bijvoorbeeld, het hoogreactieve vrije radicaal malondialdehyde (MDA), eindproduct van de lipidenperoxidatie, wordt gedeactiveerd door carnosine door ermee te reageren. Daarbij "offert" carnosine zichzelf op. Malondialdehyde kan schade toebrengen aan lipiden, enzymen en DNA en speelt een rol bij atherosclerose, cataractvorming en veroudering in zijn algemeenheid. Malondialdehyde, eindproduct van de lipidenperoxidatie, vormt "adducten" met eiwitten en draagt zo bij aan de veroudering van eiwitten. Een andere reden waarom carnosine superieur is aan andere antioxidanten, is omdat het niet alleen beschermt tegen oxidatieve beschadiging, maar ook beschadiging door andere degeneratieve processen tegengaat zoals glycosylering en carbolysering. Carnosine helpt de recycling van beschadigde eiwitten door de zogenaamde proteasomen te beschermen. Proteasomen zijn eiwitten die beschadigde en gedenatureerde eiwitten uit de cel kunnen verwijderen. Ze spelen een centrale rol in misschien wel alle celregulatieprocessen, zoals de celdelingscyclus, celdifferentiatie en apoptose (geprogrammeerde celdood). Door verschillende oorzaken kunnen de proteasomen geremd raken. Wanneer dat gebeurt kunnen misvormde, geoxideerde en anderszins beschadigde eiwitten zich ophopen in de cel en een aanleiding zijn voor celdood en neurodegeneratie.
  • Als een sterk antioxidant voorkomt carnosine crosslinking van eiwitten, met als voorbeeld crosslinking van collageen in de huid.
  • Carnosine heeft de opmerkelijke eigenschap om cellen te verjongen die tegen de zogenaamde "senescentie" (einde van de levenscyclus van delende cellen) aanzitten, waardoor het normale uiterlijk terugkeert en het leven van de cel wordt verlengd. Toevoeging van carnosine aan het groeimedium kon in onderzoek de overleving van cellen op een dosisafhankelijke manier verlengen.
  • Carnosine beschermt het hersenweefsel tegen crosslinking, glycosylering, overprikkeling en oxidatie. Carnosine gaat bijvoorbeeld de crosslinking van bèta-amyloïde tegen en vertraagt zo de ontwikkeling van Alzheimer-plaques. Het kan verder de microvasculatuur van de hersenen beschermen tegen de plaquevorming die kan leiden tot seniliteit of de ziekte van Alzheimer. Carnosine is verder een regulator van zink en koperconcentraties in zenuwcellen. Koper en zink zijn verbindingen die tijdens normale synaptische activiteit worden vrijgemaakt. In een licht verzuurde omgeving echter, die karakteristiek is voor bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer, worden ze gereduceerd tot hun ionische vormen en worden toxisch voor het zenuwstelsel. Onderzoek heeft uitgewezen dat carnosine koper en zinktoxiciteit kan bufferen in de hersenen, waardoor overstimulatie van zenuwen (en onderdrukking van GABA-gemedieerde remmende activiteit) door deze neuroactieve stoffen wordt voorkomen. Het diepe frontale gedeelte van de hersenen (entorhinale cortex) is waarschijnlijk een plek waar relatief hoge concentraties carnosine voorkomen. Het heeft daar onder meer een effect op GABA, dat zich bindt aan carnosine en zo wordt omgezet in homocarnosine. Carnosine speelt waarschijnlijk een belangrijke rol in de reukzenuw, mogelijk als neurotransmitter. Er is enige ophef geweest vanwege de mogelijkheid van carnosine om lipofuscine te vormen. Lipofuscine is het leeftijdspigment dat regelmatig voorkomt in verouderend hersenweefsel. Lipofuscine is meer een teken dat andere schadelijke reacties al hebben plaatsgevonden. Vrije radicalen en toxische aldehyden kunnen reageren met waardevolle lichaamseiwitten, waarbij lipofuscine een bijproduct is. Carnosine bindt zich actief aan deze reactieve verbindingen, voordat ze schade kunnen aanrichten. Het eindproduct van deze reactie kan (verder inactief) lipofuscine zijn. Carnosine komt in grote hoeveelheden in spierweefsel voor en zorgt aldaar voor een effectievere contractie van spierweefsel. Het maakt de cellen gevoeliger voor calcium, dat de spiercontractie initieert. Daarnaast is het betrokken bij de detoxificatie van reactieve aldehyden uit de lipidenperoxidatie, die onder andere bij sportinspanningen in de skeletspieren worden gegenereerd. Carnosine wordt ook actief gesynthetiseerd door spiercellen. In verouderend (spier)weefsel of bij neuromusculaire aandoeningen kunnen verlaagde carnosineconcentraties een functionele verslechtering en structurele veranderingen induceren door een vermindering van de antioxidatieve werking. Deze verslechtering kan andere pathologische of atrofische mechanismen versterken.
  • Carnosine is een zware metalenbinder, het kan toxische zware metalen cheleren en hen aldus uit het lichaam verwijderen. Zo kan het onder meer organisch kwik detoxificeren. Ook andere metalen, zoals mineralen, kunnen gecheleerd worden. Daarbij hangt de mate van chelatie af van het type metaalion. Wanneer carnosine met koper bindt, vermindert dat de reactiviteit van koper.
  • Russisch onderzoek wijst op een preventief en therapeutisch effect van carnosine tegen maagzweren, zonder dat de zuursecretie wordt beïnvloed. Het bestrijdt de Helicobacter pylori bacterie, die de oorzaak blijkt te zijn van veel maagzweren. Carnosine stimuleert de vorming van granuleringsweefsel. Een combinatie van carnosine en zink is op de markt als regulier medicijn voor de bestrijding van maag- en darmzweren (Polaprezinc).