iHerb .......... DeOnlineDrogist ..........Vitaminestore

Zoeken

Wordt geladen...

Berk

Berkenblad kan toegepast worden bij ontsteking van de urinewegen, nierstenen en bij reumatische klachten.
Berk>>>

Latijnse naam: Betula pendula, betula pubenscens.
Andere namen: Ruwe berk, zachte berk, silver birch.
Toepassing bij klachten:
Inwendig gebruik:
Urinedrijvend, verhoogt de doorspoeling van de urinewegen, helpt nierstenen voorkomen, verwijdert kleine steentjes en gruis:
  • Oedeem (vochtophoping, waterzucht): zoals oedemen in de benen en rond de enkels door spataderen.
  • Lymfoedeem.
  • Voorkomen van nierstenen (niergruis), blaasstenen (blaasgruis).
  • Voorkomen van/ter ondersteuning bij chronische blaasontsteking, nierbekkenontsteking, ontsteking van de urinebuis.
Urinezuurdrijvend, bloedzuiverend, ontslakkend, verwijdert afvalstoffen en toxines, anti-reumatisch:
Gebruikte delen:
Het blad, verzameld in mei en juni, als het nog lichtgroen is (wordt wel donker door drogen.
    Waarschuwingen:
    Bij oedeem (waterzucht) door ernstige nier- en hartfalen: enkel op voorschrift van een deskundige.

    Beredruif

    Berendruifblad kan toegepast worden bij infecties van de urinewegen.
    Bere(n)druif>>>

    Latijnse naam: Arctostaphylos uva-ursi.
    Andere namen: Berendruif, zandbezie, plaskruid, bearberry.
    Toepassing bij klachten:
    Inwendig gebruik:
    Ontsmet de urinewegen, slijmvliessamentrekkend, pijnstillend, bloedstelpend, vermindert de slijmvliesafscheiding, ontstekingswerend, verzachtend, urinedrijvend:
    • Voorkomen van blaasontsteking (cystitis) en terugkerende blaasontstekingen: goedaardige prostaatvergroting, verzwakte weerstand bij ouderen, bij diabetici, bij postmenopauzale vrouwen, bij terugvloei van de urine in de urineleiders (reflux), bij personen met ruggemergblessures en verlamming van de onderste ledematen, bij personen met zware neurologische aandoeningen.
    • Bacteriën in de urine zonder dat er echte klachten zijn, sterk geurende urine.
      Gebruikte delen:
      De bladeren (met een minimumgehalte van 8 % arbutine), bij voorkeur geplukt in de nazomer of herfst, gedroogd in matige warmte.
        Waarschuwingen:
        Niet gebruiken tijdens de zwangerschap (mogelijk oxytocisch/baarmoederstimulerend).
        Niet gebruiken tijdens zogen (de aanwezigheid van arbutines in de moedermelk is nog niet onderzocht).
        Niet geven aan kinderen onder de 12 jaar.
        Niet geven bij maagdarmirritaties (door het hoge aandeel looistoffen).
        Bij nierpatiënten slechts op voorschrift; niet geven bij nierinsufficiëntie.

        Brandnetel

        Brandnetelblad kan toegepast worden bij reumatische aandoeningen, urineweginfecties en remt de vorming van ontstekingsstoffen. Brandnetelwortel kan toegepast worden bij prostaataandoeningen, remt enzymen binnen de prostaat en zorgt voor toename en een verbeterde urinestroom.

        Latijnse naam: Urtica dioica.
        Andere namen: Netel, netelkruid, nestel, nietsel, stinging nettle.
        Toepassing bij klachten:
        Inwendig gebruik:
        Bloedzuiverend en lymfezuiverend, ontgiftend, ontzurend, bindt zware metalen en verwijdert uit het lichaam, matig urinedrijvend, helpt nierstenen te voorkomen:
        • Huiduitslag, acne, steenpuisten, zweren, vette huid en haar.
        • Vermoeidheid, zwakte, voorjaarsmoeheid, herstel na ziekte.
        • Te hoog urinezuurgehalte, jicht, vochtophoping, vochtretentie.
        • Oedeem door spataderen.
        Ontstekingswerend en pijnstillend, anti-reumatisch:
        Verbetert de immuniteit, vermindert allergische verchijnselen:
        • Allergische neusslijmvliesontsteking zoals hooikoorts en huisstofmijtallergie.
        Spijsverteringsbevorderend, galvormend en galdrijvend, maagversterkend:
        • Zwakke, moeilijke spijsvertering, leveraandoeningen, geelzucht, voorkomen van galblaasontsteking, galwegenontsteking.
        Stimuleert de bloedvorming:
        Werkt remineraliserend:
        • Mineraaltekorten, beenkrampen.
        • Zwakte, vermoeidheid.
        • Ouderdomszwakte.
        • Herstel na ziekte.
        • Zwangerschapstonicum.
        Versterkt haar en nagels, versterkt kraakbeen, bevordert beenopbouw:
        • Haaruitval, slechte haargroei, broze nagels.
        • Kraakbeenslijtage.
        • Botontkalking.
        Zogdrijvend:
        Uitwendig gebruik:
        Tonicum voor de huid:
        • Haaruitval, vet haar, vette huid, roos.
        • Slechte haargroei, zwakke en broze haren
        Gebruikte delen:
        Het bovengrondse kruid of de bladeren van de verse bloeiende plant; de wortel geoogst in de herfst
          Waarschuwingen:
          Bereidingen uit brandnetelblad of brandnetelwortel kunnen maag-darmklachten of allergische huiduitslag veroorzaken.

          Anijs

          Anijs wordt toegepast bij maag- en darmklachten, brochitis en keelontsteking.
          Anijs >>>

          Latijnse naam: Pimpinella anisum
          Toepassingen bij klachten
          Inwendig gebruik:
          Windrijvend, krampwerend:
          • Winderigheid, opgeblazen gevoel.
          • Gisting in de darmen.
          • Maagdarmkrampen, kolieken, spasmen van de galwegen.
          • Diarree met kolieken bij kinderen.
          • Hik.
          Eetlustopwekkend, spijsverteringsbevorderend, galdrijvend:
          Ontkrampt de luchtwegen, slijmoplossend, bevordert het ophoesten, hoestremmend:
          • Bronchitis, taaie slijmen, hoest, spastische hoest, kinkhoest, droge hoest.
          Bevorderend voor de borstvoeding, geeft een aangenaam aroma aan moedermelk:
          Gebruikte delen:
          De vruchtjes, rijp en droog; voor het winnen van etherische olie: onrijpe zaden
            Waarschuwingen:
            Soms zijn er allergische reacties van de huid, de luchtwegen of het maag- darmkanaal.
            Niet gebruiken bij bekende allergie.

            Broze zwakke afbrekende nagels

            Wat kan helpen bij broze, zwakke nagels:
            • MSM is organisch gebonden zwavel, de vorm waarin zwavel van nature voorkomt in alle levende organismen en biologisch actief is. Zwavel wordt vooral in eiwitrijke weefsels aangetroffen. Het is onder andere een bestanddeel van bindweefsel, rode bloedcellen, spieren, huid, haar en nagels en van de zwavelhoudende aminozuren methionine en cysteïne.
            • Silicium een gebrek aan silicium geeft zwakke, broze nagels (die meteen afbreken). Nagels groeien gemiddeld 4 à 5 mm per maand. Bij een storing vermindert dit groeipercentage en vertonen ze matheid, strepen en hebben ze de neiging tot splijting. De demineralisatie (minder opnemen van mineralen) van de nagels gebeurt in een vroeg stadium en wordt later gevolgd door botontkalking die bij de vrouw begint rond de 40 jaar. Broze nagels is een van de eerste tekenen van een storing in het calciumgehalte en een gebrek aan silicium. Organisch silicium herstelt nagels snel (2 tot 3 weken). Het verhoogt de hardheid van de nagels en maakt ze glanzender en minder breekbaar.
            • Vitamine B12 een tekort aan vitamine B12 ontwikkelt zich langzaam, het kan jaren duren vooraleer me de symptomen ontwikkelt zoals zwakke nagels. Mensen die een bepaalde leeftijd hebben (individueel verschillend) hebben vitamine B12 nodig als supplement, ook mensen die uitsluitend vegetarisch eten. 5 tot 10 % en bij oudere mensen kan het oplopen naar 30 % heeft een te kort aan vitamine B12. Het is beter een vitamine B-complex te nemen dan een afzonderlijke B-vitamine.
            • Zink een tekort van dit mineraal kan onder andere de conditie van de nagels verslechteren. Herkenare verschijnselen van zink tekort zijn meerdere witte vlekken en lijnen op de nagels.
            Nagels van een vrouw zijn doorgaans brozer dan van een man. De broosheid van de nagels is vaak familiaal bepaald. De groei van de nagels vermindert met de leeftijd waardoor strepen worden gevormd die barsten vormen aan het uiteinde van de nagels. Broosheid van de nagels kan ook worden veroorzaakt door dehydratatie wanneer men teveel met de handen in het water zit.

            Zie ook

            Drogisterij producten broze nagels

            Nagelaandoeningen


            Nagels hebben een beschermende functies en hun conditie weerspiegelt de algemene gezondheid en de manier waarop ze worden verzorgd, zoals dat ook bij de huid en het haar het geval is. Om uw nagels sterk en gezond te houden, kunt u bij huishoudelijk werk het beste handschoenen dragen, de handen niet te lang in het water houden, voor gezonde voeding zorgen.

            Aandoeningen:

            • Misvormde nagels: holle nagels (lepeltjesnagels, deuk in nagel) kunnen op een ijzer tekort duiden (anemie), terwijl de nagels bij ademhalingsstoornissen of hartaandoeningen bol staan en de vingertoppen zich verbreden (trommelstoknagels). Bij psoriasis kunnen putjes in de nagels ontstaan. Dit probleem laat zich moeilijk behandelen en keert vaak terug, net als de uitslag bij psoriasis.
            • Afbrokkelen, splijten, schilferen: meestal komt dat door ruwe behandeling of door teveel water en soms door een tekort aan onverzadigde vetten in de voeding. Deze problemen kunt u verhelpen door de nagels dagelijks te behandelen met een vochtinbrengende crème en door bij diverse karweien, handschoenen te dragen. Houd de nagels kort en vijl ze in 1 richting rond, niet in een punt. Gebruik een nagellakremover op oliebasis. Soms kan er een tekort van bijvoorbeeld calcium of silicium in de voeding zijn. Maar om de juiste oorzaak van het probleem te achterhalen, is het raadplegen van een deskundige aan te raden. Broze en/of gespleten nagels kunnen het gevolg zijn van verkeerde voeding.
            • Nijnagels: door veelvuldig contact met water kan de buitenste huidlaag losraken van de nagelriem, waardoor pijnlijke scheurtjes ontstaan die we nijnagels of stropnagels noemen. Voorkom infectie door dood huidweefsel met een scherpe nagelknipper af te knippen en de handen goed schoon te houden. Draag bij diverse karweitjes handschoenen en behandel de handen 's avonds met handcrème en nagelriemcrème.
            • Losse nagels: bij veelvuldig gebruik van nagellak die formaldehyde bevat, kunnen de nagels losraken van de huid eronder, zodat bacteriën kunnen binnendringen. Psoriasis en eczeem kunnen ook dergelijke klachten veroorzaken. Genezing kost tijd, maar kan worden bevorderd door de nagels kort te knippen en geen nagellak met formaldehyde te gebruiken.
            • Nagelbijten: veel volwassenen en kinderen bijten nagels, vaak uit angst, door spanningen of onzekerheid. Nagelbijten verzwakt de nagels en kan de gevoelige huid eronder beschadigen. De nagels lakken met bijvoorbeeld ecrinal en de handen in rusttoestand bezig houden, helpt om van deze gewoonte af te geraken. Soms worden psychotherapie en hypnotherapie toegepast om nagelbijters te helpen hun onzekerheid de baas te worden. Maar vaak is het voldoende een beroep te doen op de ijdelheid of het zelfrespect van de betrokken persoon.
            • Zwarte of blauwe nagels: een donkere verkleuring onder de nagel duidt op een bloeding. Meestal groeit die verkleuring eruit, maar als het om een grote bloeding gaat, kan de nagel losraken. Als de druk onder de nagel veel pijn veroorzaakt, kan men door een deskundige een klein gaatje in de nagel laten maken. Als de nagel eraf valt, groeit er een nieuwe nagel. Hoe lang het duurt, is per persoon verschillend.
            • Bleke nagels: hiervan kan de oorzaak anemie zijn. Witte nagels kunnen duiden op een leveraandoening. Als de oorzaak is behandeld, treedt er verbetering op.
            • Rode, ontstoken nagelriemen: dit probleem wordt veroorzaakt door een bacteriële infectie of een schimmelinfectie van de nagelriem (schimmelinfectie). De nagelriemen raken gezwollen en soms ontstaan kleine blaasjes. Uiteindelijk kunnen de nagels verkleuren of misvormd raken. Gebruik zink, vitamine C en vitamine B, maar raadpleeg altijd eerst een deskundige.
            • Richels: dwarsrichels zijn het gevolg van een calcium en/of zink tekort, ziekte of beschadiging van de nagels, bijvoorbeeld door te hard teruggeduwde nagelriemen. De richels groeien uiteindelijk uit en kunnen worden voorkomen door de nagels beter te beschermen en extra multi-vitamines te gebruiken. Bij gebruik van nagellak kan men met een basislak eerst de richels opvullen. Lengterichels ontstaan soms door ouderdom of ziekte, mogelijk vanwege een tekort aan vitaminen en mineralen.
            • Witte vlekken: meestal is er sprake van te weinig zink of vitamine A in de voeding.
            • Witte, zachte en afgebrokkelde nagels: deze worden vaak veroorzaakt door schimmelinfecties. De nagels worden soms ook dik en ribbelig. Men kan best een deskundige raadplegen.
            • Gele nagels: verkleuring kan optreden door roken, kleurstof in nagellak of chloor in zwembaden. Behandelen met een polijstkussentje en citroensap om de verkleuring te bleken. Gebruik nagellak bij altijd een basislak.
            Zie ook:
            Broze, zwakke nagels

            Drogisterij producten nagelverzorging

            Broos haar (slechte conditie)

            Natuurlijke middelen broos, dof haar:
            • L-cysteïne is een belangrijk onderdeel van keratine, daardoor belangrijk voor huid, haren en nagels.
            • Silicium de haren bevatten 6% silicium wanneer ze tot as herleid zijn. Studies hebben aangetoond dat een behandeling op basis van silicium doeltreffend werkt tegen haaruitval en de haargroei bevordert. Het helpt haaruitval te voorkomen. Blonde haren zijn overigens het armst aan silicium.
            • Vitamine B12 een tekort aan deze vitamine kan leiden tot een slechte conditie van het haar en zelfs haaruitval. Een vitamine B12 kan het best ingenomen worden samen met een vitamine B complex.
            De toestand van haar en hoofdhuid weerspiegelt het algemeen welzijn van lichaam en geest. Bijna elke ziekte kan leiden tot futloos, droog, pluizig en dof haar. Gebrek aan vitaminen/mineralen kunnen haarproblemen veroorzaken, mits bij gebrek aan vitaminen/mineralen het lichaam de prioriteit legt bij de functie die het meest nood hebben aan vitamine/mineralen, huid, haar en nagels komen meestal op de laatste plaats.

            Zie ook:
            Haaruitval
            Roos (haarproblemen)

            Drogisterij producten broos, dof haar

            Prikkelbare darmsyndroom (PDS)

            Natuurlijke middelen spastische darmsyndroom:
            • Probiotica tekort aan gezonde darmbacteriën en teveel ziekteverwekkende bacteriën in het maagdarmkanaal kan leiden tot verscheidene gezondheidsklachten. Een verstoorde darmflora is geassocieerd met 25 aandoeningen waaronder prikkelbare darmsyndroom
            • Psyllium helpt bij het verlagen van de cholesterolspiegel, psylliumvezels ondersteunen een normale bloedglucosespiegel door een meer geleidelijke opname van suikers uit voedsel en bevordert de uitscheidig van gifstoffen met de ontlasting. Psyllium kan buikpijn bij mensen met het prikkelbare darmsydroom verlagen.
            • Spijsverteringsenzymen zijn nodig voor een goede spijsvertering, een goede vertering verhoogt de opnamen van voedingsstoffen zoals mineralen en vitaminen. Verbetert tevens de voedselintolerantie en remt de vorming van toxines en andere belastende substanties in de darmen. Hierdoor verminderen bijhorende klachten zoals opgeblazen gevoel, winderigheid, buikpijn/buikkrampen, moeilijke stoelgang, diarree, vermoeidheid, ...
            Prikkelbare darmsyndroom (PDS) of irritable bowel syndrome (IBS) of spastisch colon of spastische darm: ongeveer 10 tot 20 % van de volwassenen lijdt aan deze pijnlijke en lastige aandoening. Er mag dan geen garantie voor genezing bestaan, de klachten zijn wel goed te behandelen, vaak is gezonde voeding en lichaamsbeweging al voldoende. De elkaar afwisselende aanvallen van diarree en verstopping die PDS kenmerken, beginnen meestal op jeugdige leeftijd, vooral bij vrouwen. Om het prikkelbare darmsyndroom te kunnen begrijpen, is het belangrijk om te weten hoe de spijsvertering normaal verloopt. Als het gedeeltelijk verteerde voedsel de maag verlaat, wordt het door zachte samentrekkingen van de ingewandsspieren voortgedreven (peristaltiek). Bij het prikkelbare darmsyndroom verkrampen de spieren van het colon (dikke darm), die daardoor of te vlug en krachtig aanspannen (wat leidt tot diarree) of te langzaam en zwak (wat leidt tot obstipatie of verstopping genoemd).

            Mogelijke oorzaken bij een spastische darmsyndroom: hormonale problemen (vrouwen met PDS lijken vlak voor de menstruatie meer klachten te hebben); chemische onbalans in de hersenen; sommige voedingsmiddelen lokken een aanval uit; overdaad aan antibiotica; overgevoelige pijnsensoren in de darmen hebben; stress/spanningen.

            Drogisterij producten darmen

            Peesontsteking

            Natuurlijke middelen peesontsteking:
            • MSM (gel) biedt verlichting van pijn en brengt daarnaast ook zwavel in het collageen en het bindweefsel, wat de elasticiteit en soepelheid ervan bevordert. Zwavel is eveneens belangrijk voor de functie van gewrichten.
            • Silicium (gel) peesontstekingen zijn moeilijk te behandelen, omdat de pees van nature minimaal doorbloed wordt. Genezing is alleen mogelijk als de pees voorzien wordt van bouwstoffen en zuurstof. Een gel op basis van silicium voor uitwendig gebruik is geschikt om het genezingsproces van een peesontsteking te versnellen.
            Peesontsteking (tendinitis) is de meest voorkomende aandoening van de pees. Het gaat om een ontsteking die meestal wordt veroorzaakt door een ernstig trauma (rechtstreekse schok, bruusk uitrekken) of door herhaalde kleine letsels die te maken hebben met bepaalde activiteiten van het dagelijkse leven of met beroeps- op sportactiviteiten (overbelasting). De kans op peesontstekingen neemt toe naar mate men ouder wordt, waardoor er meer kans is op slijtage of breuken van de collageenvezels die de pezen vormen. Peesontsteking kan ook veroorzaakt worden door een gewrichtsziekte. Tendinitis is pijnlijk, zelfs bij rust. De ontsteking beperkt de mobiliteit door de pijn die bij elke beweging optreedt.

            Drogisterij producten pezen

            Fibromyalgie

            Natuurlijke middelen fibromyalgie:
            • Co-enzym Q10 vooral organen met hoge energiebehoefte zoals hart, alvleesklier, nieren, immuunsysteem, zenuwstelsel en spieren verbruiken veel co-enzym Q10. Het niveau van co-enzym Q10 in het lichaam neemt af met het ouder worden of het lichaam maakt co-enzym Q10 te weinig aan, daardoor is de kans groter om een hartspierziekte en spierziektes te ontwikkelen.
            • Magnesium regelt het samentrekken en ontspannen van de spieren, magnesium tekort wordt gelinkt aan spierkrampen. Magnsesium speelt onder andere een belangrijke rol bij de hartspierfunctie, de zenuwbanen, spierspanning en bloeddruk.
            • MSM leent zich goed voor uitwendige toepassingen, omdat MSM zeer goed door de huid wordt opgenomen. MSM gel geeft verlichting van pijn en is daarom toepasbaar bij fibromyalgie.
            • PEA (Palmitoylethanolamide) is een lichaamseigen stof dat de cellen beschermt, ontstekingsremmend werkt en is een bijzonder goede pijnstiller, vooral bij chronische pijn. Uit onderzoek is gebleken dat de pijnintensiteit enorm verlaagt als men PEA als supplement inneemt, bovendien zijn er geen bijwerkingen waargenomen.
            Fibromyalgie behoort tot de vermoeidheidssyndromen. Toch zijn er enkele specifieke verschillen aan te wijzen. De belangrijkste daarvan is pijn op de zogenaamde tenderpoints. Het ligt voor de hand om dan aan ontstekingen te denken. Meestal komen deze echter niet uit het bloedonderzoek naar voren.
            Wat is dan de oorzaak van de pijn? Volgens de nieuwste inzichten zit de pijn direct in de pijnreceptoren. De werking daarvan is onder meer afhankelijk van de neurotransmitters serotonine en substance P (neuropeptide en neurotransmitter, is betrokken bij verschillende processen, zoals bij het transport van pijnprikkels van de perifere zenuwen naar het centraal zenuwstelsel. Werkt dit systeem niet optimaal, dan raken de communicatie van de pijnsensoren verstoord. Hierdoor kan pijn gaan optreden wanneer dat niet nodig is.

            Drogisterij producten fibromyalgie

            Gordelroos

            Natuurlijke middelen gordelroos:
            • L-lysine een tekort aan l-lysine kan de weerstand verminderen tegen virussen. L-lysine heeft een positieve werking tegen herpes infecties zoals: koortlip (herpes simplex) en gordelroos (herpes zoster). De inname van l-arginine (dat bijvoorbeeld zit in noten, zaden, avocado, chocolade) dient beperkt te worden, omdat l-arginine het vermenigvuldigen van de herpes virussen juist stimuleert.
            Gordelroos is een door herpes-zoster-virus veroorzaakte infectie van een zenuw. Alleen mensen die in hun jeugd waterpokken hebben gehad, kunnen deze zeer pijnlijke uitslag met blaasjes krijgen. Gordelroos is een opleving van het virus dat ooit waterpokken veroorzaakte. Bij de meeste mensen blijft het virus levenslang slapen in de zenuwen bij het ruggenmerg. Bij 10 tot 20 % van de volwassenen ontwaakt het virus en veroorzaakt gordelroos.

            Het herpes-zoster-virus kan weer actief worden door: verzwakt immuunsysteem, ziekte, stress, geneesmiddel dat de werking van het afweersysteem remt en door het natuurlijk verouderingsproces.

            Gordelroos doet zich vaak voor bij mensen boven de 60 jaar. Bij ongeveer 1/5 van de mensen met gordelroos verdwijnt het ongemak niet als de blaasjes weg zijn, ze houden nog maanden pijn. Deze postherpetische neuralgie is het gevolg van de schade die het virus in de zenuwcellen heeft toegebracht en kan variëren van een zeurende pijn tot een hevige, plotseling opkomende pijn waarbij men erg gevoelig wordt voor zelfs de lichtste aanraking. Het eerste symptoom van gordelroos is hevige pijn aan één kant van het lichaam zonder duidelijke reden. Meestal betreft het de borst of de rug. Na enkele dagen ontstaat in het pijnlijke gebied een rode uitslag, met groepjes blaasjes. De uitslag is meestal binnen 2 tot 3 weken genezen; de ingedroogde blaasjes kunnen littekens achterlaten. Soms ontstaat er een hevige pijn (postherpetische neuralgie) in het huidgebied, die heel lang kan blijven bestaan, soms tot vele jaren later. Ga naar een deskundige als u denkt gordelroos te hebben. Gordelroos rond de ogen is zeldzaam, maar wel gevaarlijk vanwege de kans op blindheid.

            Drogisterij producten herpes virus

            Etalagebenen (perifeer vaatlijden)


            Natuurlijke middelen etalagebenen:
            • Gingko biloba verbetert de bloedcirculatie, remt aderverkalking, vermindert stroperigheid van het bloed, remt vorming van trombose en samenklonteren van rode bloedcellen. Beschermt de vaatwand tegen beschadiging door vrije radicalen, heeft een vaatverwijdend en bloeddrukverlagende werking.
            • Niacine (vitamine B3) stimuleert de bloedcirculatie en is daarom in te zetten bij etalagebenen.
            • Omega 3 vermindert de kans op hart- en vaatziekten, verlaagt het cholesterolgehalte in het bloed, remt aderverkalking, verbetert de conditie van bloedvaten, gaat stijfheid van de aders tegen
            • OPC's behoren tot de meest krachtigste antioxidanten. OPC's stabiliseren de vaatwanden en elastische bindweefselstructuren, versterken de bloedvaten, reguleren de doorstroming van de benen. Onderzoek heeft aangetoond dat er een significante verbetering optreedt bij klachten van vermoeide en/of zware benen, spanning en/of pijnlijke benen. OPC's hebben een positieve invloed op de kransslagaders, normaliseert de bloeddruk en verlaagt de cholesterol.
            • Policosanol is effectief bij het verlagen van het schadelijke LDL-cholesterol en het verhogen van het goede HDL-cholesterol. Bevordert de bloedcirculatie, vermindert ontstekingen van de aderwanden. Policosanol heeft positieve effecten bij etalagebenen.
            • Vitamine E is belangrijk voor de conditie van hart en bloedvaten. Gaat de vorming van bloedstolsels tegen en verbetert de bloedcirculatie. Vermindert LDL-cholesterol, beschermt de haarvaatwanden en remt aderverkalking.
            Als er na enkele kilometers lopen pijn in uw benen optreedt, kan dit het gevolg zijn van etalagebenen (claudicato intermittens). Etalagebenen treden op als de slagaders in de periferie van het lichaam (in de benen) door ophoping van plaque (een vettige substantie), vernauwd en/of verstopt raken. Die verstopping ontstaat geleidelijk door slagaderverkalking, die ook tot hartziekte, hartaanval en beroerte kan leiden.

            De risicofactoren zijn: roken, hoge bloeddruk, hoog cholesterolgehalte, diabetes en weinig beweging. Als de vernauwing in de slagaders van de benen ontstaat, kan er niet genoeg zuurstofrijk bloed door de vaten stromen om de weefsels en spieren te voeden. Tijdens het lopen krijgt men pijn die verdwijnt als men stilstaat (etalagebenen). Als de vernauwingen in de slagaders verergeren, kan de pijn zich ook al na enkele meters lopen tot zelfs in rusttoestand voordoen. Er kunnen wondjes op de voeten ontstaan waarna het weefsel soms afsterft, een gevaarlijke situatie die gangreen wordt genoemd.

            Drogisterij producten etalagebenen

            Vitamine K

            Vitamine K2 (MK-7)>>>
            De Westerse voeding bestaat voor 90% uit het slecht opneembare K1 en 10% uit K2 dat uitstekend wordt opgenomen. Menaquinon-7 (MK-7) is een krachtige, natuurlijke vorm van vitamine K2 geproduceerd door fermentatie. MK-7 is de meest effectieve vorm van vitamine K, om de vitamine K-status in het lichaam te optimaliseren. Vitamine K3 (menadion) is een synthetische vitamine K.

            Toepassingen:
            Dosering:
            De (Nederlandse) AHD voor vitamine K (K1/K2) bedraagt 75 mcg per dag (1-1,5 mcg/kg/dag) voor volwassenen (35 mcg/dag voor kinderen, 75 mcg/dag voor adolescenten); in de Verenigde Staten geldt een AI (Adequate Intake) voor volwassen mannen en vrouwen van respectievelijk 120 en 90 mcg per dag. Baby’s krijgen kort na de geboorte extra vitamine K1 (1.000 mcg) toegediend en ouders wordt aangeraden om hun kind, als het borstvoeding krijgt, vanaf de eerste week tot 3 maanden dagelijks 150 mcg vitamine K1 te geven om bloedingen door vitamine K-deficiëntie te voorkomen.
            Uitgaande van de ADH krijgen de meeste volwassenen in Nederland voldoende vitamine K binnen; de mediane inname is circa 100 mcg/dag, waarvan 10% vitamine K2; mensen die veel groene groenten eten kunnen 250 mcg per dag halen. Een adequate vitamine K-inname, die in maximale carboxylering van (extra-hepatische) vitamine K-afhankelijke eiwitten voorziet, bedraagt echter naar schatting 400-1000 mcg vitamine K (K1/K2) per dag voor gezonde volwassenen. Dit impliceert dat het merendeel van de Nederlandse volwassenen een te lage vitamine K-inname heeft.
            De inname van vitamine K is gunstiger in landen zoals China en Japan (circa 240 mcg/dag), waar vitamine K2 (MK-7) een veel grotere bijdrage levert aan de totale vitamine K-inname. Vitamine K2 wordt, vergeleken met K1, beter opgenomen, leidt tot een hogere en stabielere vitamine K-plasmaspiegel, heeft een beduidend langere halfwaardetijd (3 dagen versus 2 uur) en wordt beter in extra-hepatische weefsels opgenomen. Met betrekking tot het verlagen van ucOC bijvoorbeeld komt een dosis van 45 mcg MK-7 overeen met circa 120 mcg vitamine K1.
            Bij vitamine K-suppletie worden doseringen gebruikt die variëren van 45 mcg (vitamine K2) tot 10.000 mcg (vitamine K1) per dag. De Britse Expert Group on Vitamins and Minerals (EVM) stelt een algemene therapeutische dosis voor van 1.000 mcg vitamine K1 per dag (of 20 mcg/kg/dag).

            Synergisme:
            Vitamine D versterkt de effecten van vitamine K tegen onder meer osteoporose en arteriosclerose.

            Waarschuwing:
            Een supplement dat voorziet in een dosis van meer dan 100 mcg vitamine K per dag mag door mensen die bloedverdunners (vitamine K-antagonisten) gebruiken uitsluitend onder medische supervisie worden gebruikt. Vitamine K is gecontraïndiceerd bij een overgevoeligheid of allergie voor deze vitamine (zeldzaam).
            Vitamine K1 en vitamine K2 hebben geen toxische effecten. Een bovengrens van inname kon niet worden vastgesteld op basis van toxicologisch onderzoek. Bij proefdieren was een eenmalige orale dosis van 25.000 mg/kg (25.000.000 mcg/kg) niet dodelijk; ook zijn geen schadelijke effecten waargenomen na dagelijkse toediening van 2.000 mg (2.000.000 microgram) vitamine K per kilogram lichaamsgewicht gedurende 30 dagen. Een te hoge inname van vitamine K tijdens de zwangerschap (met name het synthetische K3) vergroot de kans op geelzucht bij de pasgeborene en dient vermeden te worden. Inname van vitamine K tijdens het geven van borstvoeding is veilig.
            Verschillende medicijnen verlagen de vitamine K-status: antibiotica verlagen de endogene vitamine K2-synthese door hun negatieve invloed op de intestinale flora; galzuurbinders (cholestyramine, cholestipol) remmen de opname van vetoplosbare nutriënten waaronder vitamine K; corticosteroïden verhogen de uitscheiding van vitamine K met de urine; anticonvulsiva (waaronder fenytoïne, fenobarbital) verhogen de afbraak van vitamine K in de lever; salicylaten (aspirine) verlagen de vitamine K-status.
            Suppletie met vitamine K vermindert de werkzaamheid van vitamine K-antagonisten. Bij gebruik van deze medicatie is medische supervisie nodig bij doseringen van vitamine K boven 100 mcg per dag.
            Vitamine A en vitamine E (met name in hoge doseringen) kunnen de vitamine K-status verlagen.

            Werking:
            Dat vitamine K essentieel is voor de bloedstolling, is algemeen bekend. De laatste jaren is de belangstelling voor deze vetoplosbare vitamine sterk toegenomen door de ontdekking van andere, voor de gezondheid belangrijke eigenschappen. Een belangrijke functie van vitamine K is het activeren van (vitamine K-afhankelijke) enzymen (Gla-eiwitten), die de calciumhuishouding reguleren (samen met vitamine D) en verkalking van zachte weefsels en ontkalking van de botten tegengaan. Er is toenemend wetenschappelijk bewijs dat vitamine K aderverkalking, botontkalking, insulineresistentie(syndroom) en gewrichtsontsteking tegengaat en bijdraagt aan de bescherming tegen (cognitieve) veroudering. De huidige ADH van 75 mcg vitamine K per dag is gebaseerd op de hoeveelheid die nodig is voor de bloedstolling, maar laat andere functies van vitamine K buiten beschouwing. Onderzoek toont aan dat de werkelijke vitamine K-behoefte een stuk hoger ligt en dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking een niet-optimale vitamine K-inname heeft. De inname van vitamine K is meestal wel voldoende voor de hemostase.
            Vitamine K omvat een groep verwante, vetoplosbare naftoquinonen. Westerse voeding bevat hoofdzakelijke vitamine K1 (fytomenadion, fylloquinon, fytonadion), dat  voorkomt in planten (met name groene thee, algen en groene groenten zoals spinazie, sla, peterselie en koolsoorten). Vitamine K2 (menaquinon) wordt geproduceerd door bepaalde bacteriën en komt in beperkte mate voor in vlees, zuivel en eieren. De dikke darmflora produceert vitamine K2, maar de opname ervan is beperkt (vetoplosbare vitamines worden vooral in het ileum opgenomen). Er zijn verschillende vormen van menaquinon, MK-4 tot MK-14, waarbij het getal het aantal isoprenyl-zijketens aangeeft. MK-4 is aanwezig in vlees en wordt ook in beperkte mate in het lichaam gevormd uit vitamine K1; MK-5 t/m MK-9 worden in kleine hoeveelheden in gefermenteerde producten aangetroffen zoals kaas en yoghurt; het Japanse voedingsmiddel natto (met Bacillus subtilis gefermenteerde sojabonen) is een uitzonderlijk rijke bron van MK-7; MK-10 t/m MK-14 zijn zeldzaam. Vitamine K3 (menadion) is een synthetische (pro)vitamine K. Vitamine K1 en K2 zorgen beide voor activering van stollingsfactoren in de lever; met name vitamine K2 is werkzaam in extrahepatische weefsels, aangezien vitamine K1 grotendeels in de lever wordt opgenomen en minder in circulatie wordt gebracht dan vitamine K2.
            Meer dan vijftig jaar is gedacht dat vitamine K uitsluitend nodig was voor de activering (carboxylering) van bloedstollingsfactoren in de lever. Inmiddels zijn er verschillende extrahepatische vitamine K-afhankelijke Gla-eiwitten ontdekt. In de botten (en tanden) zijn dat osteocalcine (Bone Gla Protein of BGP), proteïne S en MPG (matrix Gla protein); in de nieren KGP (kidney Gla protein); in de vaatwand en andere zachte weefsels MPG (matrix Gla protein). Het Gla-eiwit Gas6 (growth arrest specific gene 6 protein) wordt onder meer geproduceerd door endotheelcellen en reguleert celdeling, celdifferentiatie en celmigratie en beschermt cellen tegen apoptose (geprogrammeerde celdood).
            Vitamine K is de cofactor van het enzym γ-glutamylcarboxylase dat glutaminezuur (Glu)-residuen in (vitamine K-afhankelijke) enzymen carboxyleert tot γ-carboxyglutaminezuur (Gla)-residuen, en daarmee activeert. Ondergecarboxyleerde (Glu)-eiwitten zijn inactief en nutteloos. Bij vitamine K-insufficiëntie zijn ondergecarboxyleerde vitamine K-afhankelijke eiwitten aantoonbaar in het bloed. Deze worden PIVKA’s (proteins induced by vitamin K absence) genoemd. PIVKA-protrombine (PIVKA-II) is marker voor een ernstig vitamine K-tekort (vitamine K wordt op de eerste plaats voor de γ-carboxylering van stollingsfactoren gebruikt); ondergecarboxyleerd osteocalcine (ucOC of PIVKA-osteocalcine) is een gevoeliger marker voor vitamine K-insufficiëntie. Naast het activeren van Gla-eiwitten heeft vitamine K diverse andere functies.
            Vitamine K (K1, K2) is essentieel voor de productie van diverse stollingsfactoren (Gla-eiwitten) in de lever, waaronder factor II (protrombine), factor VII (proconvertine), factor IX (tromboplastine component), factor X (Stuart factor) en proteïne C, S en Z. Een (ernstig) vitamine K-tekort leidt tot een verlengde stollingstijd en verhoogt de kans op excessieve bloedingen, (occult) bloedverlies, (onderhuidse) bloeduitstortingen, slecht genezende wonden en bloedarmoede.
            Osteocalcine is een klein, calciumbindend eiwit dat hoofdzakelijk door osteoblasten wordt geproduceerd en een biochemische marker is voor de botmineralisatie; het is het belangrijkste eiwit (na collageen) dat bij de botaanmaak in de botmatrix wordt ingebouwd. Vitamine D stimuleert de synthese van osteocalcine en verhoogt de beschikbaarheid van calcium; vitamine K (met name K2) zorgt voor γ-carboxylering van osteocalcine. Alleen door vitamine K gecarboxyleerd osteocalcine is werkzaam en kan zich binden aan hydroxyapatiet en zorgen voor calciumafzetting in botweefsel. Vitamine K2 verbetert de botkwaliteit niet alleen door het activeren van osteocalcine. In-vitro en in-vivo studies hebben uitgewezen dat vitamine K2 de vorming en activiteit van osteoblasten verhoogt. Dit geschiedt via stimulering van de SXR (steroid and xenobiotic receptor) expressie, remming van NF-κB en stimulering van osteoblast¬specifieke genen. De vorming en activiteit van osteoclasten vermindert door inhibitie van osteoclastogenese en inductie van hun apoptose waarbij de expressie van cyclooxygenase-2 (COX-2), prostaglandine E2 (PGE2) en diverse ontstekingsbevorderende cytokines worden geremd.
            Wanneer men ouder wordt neemt de vaatstijfheid toe. Dit ontstaat door kalkafzetting in de wand en vormt een onafhankelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Vaatsstijfheid zorgt er namelijk voor dat de wand makkelijker beschadigd raakt, waardoor vaatvernauwing door plaques eerder optreedt. Uit een studie onder 244 gezonde, postmenopauzale vrouwen tussen de 55 en 65 jaar blijkt dat aanvulling van de voeding met vitamine K2 (MK-7) de vaatstijfheid vermindert. Na drie jaar was de vaatstijfheid in de vitamine K2-groep niet alleen lager, de flexibiliteit van de vaatwand was zelfs verbeterd. Het grootste effect werd gemeten bij vrouwen die aanvankelijk een hogere mate van vaatstijfheid hadden.
            Gecarboxyleerd Matrix Gla Proteïne (cMGP) speelt een centrale rol in de preventie van arteriële verkalking door het beïnvloeden van BMP-2 (bone morphogenic protein type 2) en het blokkeren van calciumafzetting in de vasculaire matrix. De aanmaak van MGP door (humane) vasculaire gladde spiercellen wordt gestimuleerd door extracellulair calcium (dreigende kalkafzetting); activering van MGP is een vitamine K-afhankelijk proces. Een hoge serumspiegel van inactief, ondergecarboxyleerd MGP (ucMGP) en een hoge ratio tussen ucMGP/cMGP is mogelijk een goede marker van (beginnende) aderverkalking. De ucMGP-spiegel lijkt te dalen bij progressie van aderverkalking, wellicht door binding van ucMGP aan calcium in de vaatwand of door verlies van gladde spiercellen (door apoptose of transformatie in osteoblastachtige cellen). Naast het activeren van MGP helpt vitamine K2 de bloedvaten gezond te houden door verlaging van de cholesterolspiegel en remming van plaquevorming (via Gas6).
            Vitamine K is gunstig voor de glucosehomeostase (insulinegevoeligheid, insulinesecretie), mede door het activeren van osteocalcine. Het precieze werkingsmechanisme is nog onduidelijk; gecarboxyleerd osteocalcine verbetert mogelijk de insulinegevoeligheid en bètacelfunctie door verbetering van de expressie van adiponectine. Het is ook mogelijk dat vitamine K rechtstreeks invloed heeft op insulinegevoeligheid en glycemische status door een ontstekingsremmend effect. Daarnaast zijn vitamine K-afhankelijke eiwitten (protrombine en proteïne S) aanwezig in organen die belangrijk zijn voor de glucose- en insulinestofwisseling, zoals lever en pancreas.
            Vitamine K is een belangrijke regulator van de bot- en kraakbeenmineralisatie; bij jongeren reguleert vitamine K bijvoorbeeld de verkalking van groeischijven (schijven van kraakbeen bij de uiteinden van de botten die zorgen voor extra lengtegroei). Er zijn aanwijzingen dat vitamine K-insufficiëntie osteoartritis bevordert door ondercarboxylering van MGP en Gas6 en verhoging van de ontstekingsactiviteit (vitamine K remt de expressie van verschillende pro-inflammatoire cytokines). In-vitro en dieronderzoek leveren aanwijzingen voor een gunstig effect van vitamine K2 (MK-4) bij reumatoïde artritis met remming van synoviale hyperproliferatie en dosisafhankelijke remming van reumaprogressie.
            Vitamine K (K1, MK-4) is in een hoge concentratie aanwezig in hersenweefsel en is waarschijnlijk belangrijk voor de  hersenfunctie. Vitamine K remt kalkafzetting in zachte weefsels, activeert Gas6 en speelt een rol bij de synthese van sfingolipiden, een groep complexe (membraan)lipiden waaronder cerebrosides, sfingomyeline, sulfatides, ceramides en gangliosides. Bij proefdieren leidde een vitamine K-tekort tot gedragsveranderingen en daling van met name myeline sulfatides. Een afwijkende sfingolipidenstofwisseling speelt vermoedelijk een rol bij de pathogenese van leeftijdsgerelateerde ziekten, waaronder neurodegeneratieve ziekten, hart- en vaatziekten en diabetes. Het is de vraag of vitamine K-insufficiëntie bijdraagt aan het ontstaan en de progressie van de ziekte van Alzheimer en multiple sclerose. Bij proefdieren leidde een lage vitamine K-inname vanaf de geboorte tot sterke cognitieve achteruitgang op hogere leeftijd. In een observationele studie hadden mensen met beginnende dementie een significant lagere inname van vitamine K (gemiddeld 63 mcg/dag) dan gezonde leeftijdgenoten (139 mcg/dag). In een diermodel voor multiple sclerose zorgde preventieve suppletie met vitamine K2 voor een milder ziekteverloop.
            Ontstekingsremmende en antioxidatieve activiteit
            : uit in-vitro en in-vivo onderzoek is gebleken dat vitamine K een ontstekingsremmende werking heeft, mede door inhibitie van NF-κB signalering. Daarnaast heeft vitamine K krachtige antioxidatieve eigenschappen.Een vitamine K-tekort kan het gevolg zijn van een te lage inname van vitamine K met de voeding, alcoholisme, (chronische) leverziekte, cystische fibrose, chronische maagdarmziekten (waaronder chronische diarree, coeliakie, ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, regionale enteritis, short bowel syndrome), intestinale resectie (met name laatste deel van het ileum), bariatrische chirurgie (ingrepen zoals maagverkleining bij morbide obesitas) en medicijngebruik (waaronder antibiotica, zie interacties). Vitamine K accumuleert met name in vetweefsel; mensen met een verhoogd vetpercentage (overgewicht, obesitas) hebben mogelijk een grotere kans op een functioneel vitamine K-tekort.
            In diverse observationele studies is een duidelijk (omgekeerd) verband gevonden tussen de vitamine K-inname en de kans op botfracturen. Oudere vrouwen met een heupfractuur hebben een significant lagere serumspiegel van vitamine K, vergeleken met vrouwen zonder heupfractuur. In een studie hadden ouderen in het hoogste kwartiel van vitamine K-inname 65% minder kans op een heupfractuur dan ouderen in het laagste kwartiel van inname. De hogere incidentie van dijbeenfracturen in het westelijke deel van Japan, vergeleken met andere delen, correleert sterk met de vitamine K-inname. In Japans onderzoek was de consumptie van natto, rijk aan MK-7, significant geassocieerd met een afgenomen kans op een heupfractuur bij postmenopauzale vrouwen. Een prospectieve cohortstudie toonde aan dat de ucOC-serumspiegel (ondergecarboxyleerd osteocalcine) de kans op een heupfractuur bij oudere vrouwen kan voorspellen, onafhankelijk van de botmineraaldichtheid van de dijbeenhals. Deze conclusie wordt ook getrokken in een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2003. Het verband tussen ondergecarboxyleerd osteocalcine en de botmineraaldichtheid is wat minder eenduidig. In diverse klinische studies is aangetoond dat suppletie met vitamine K2 de botkwaliteit verbetert bij osteoporose door verschillende oorzaken, waaronder oestrogeentekort (postmenopauze), de ziekte van Parkinson, biliaire cirrose, levercirrose, beroerte, anorexia nervosa, orgaantransplantatie en medicijngebruik (zie interacties). In deze studies is meestal gebruik gemaakt van 45 mcg vitamine K2 (als MK-4) per dag. In Japan wordt vitamine K2 (45 mcg/dag) al meer dan tien jaar regulier voorgeschreven bij osteoporose. In een Canadese studie met 440 vrouwen met osteopenie verlaagde vitamine K1 (5.000 mcg/dag gedurende minimaal 2 jaar) de kans op botfracturen significant, vergeleken met placebo. Het effect van vitamine K1 is groter als tevens extra vitamine D en calcium wordt ingenomen. Bij 221 gezonde Japanse vrouwen (50-70 jaar) werd een significante inverse associatie gevonden tussen de vitamine K-inname uit voeding en de serumspiegel van ucOC. Ook was de ucOC-spiegel negatief gecorreleerd met de botmineraaldichtheid van de onderrug. De gemiddelde vitamine K-inname (met name K1, want deze vrouwen aten nauwelijks natto) bedroeg 260 mcg/dag. Desondanks was de ucOC-spiegel verhoogd bij 66% van de vrouwen, wat betekent dat de hoeveelheid vitamine K die nodig is voor gezonde botten ver boven de huidige (Nederlandse) ADH van 75 mcg per dag ligt. Onderzoekers schatten dat zeker 450 mcg vitamine K (K1/K2) per dag nodig is om de botten gezond te houden en dat een nog hogere dosis nodig is om de botkwaliteit te verbeteren. Ouderen hebben meer vitamine K nodig voor het verlagen van ucOC vanwege de versnelde botturnover. Mensen met diabetes type 2 hebben een grotere kans op botfracturen, ondanks een normale of verhoogde botmineraaldichtheid (hyperinsulinemie bevordert de botmineraaldichtheid). Vitamine K2 verlaagt mogelijk de kans op botfracturen bij diabetici; in een diermodel voor diabetes type 2 leidde vitamine K2-suppletie tot toename van de serumspiegel van osteocalcine, verbetering van (enzymatische) collageen crosslinking, afname van (non-enzymatische) collageen crosslinking (zoals vorming van AGE’s (advanced glycation end products)) en toename van de botsterkte.
            Veel gezonde Nederlandse kinderen tussen 6 en 18 jaar hebben een hogere serumspiegel van ondergecarboxyleerd osteocalcine en een hogere ucOC/cOC ratio dan volwassenen, met name tijdens de groeispurt. Dit indiceert dat hun vitamine K-status onder de maat is en nog meer te wensen overlaat dan bij volwassenen. In een Nederlandse placebogecontroleerde studie met 55 gezonde prepuberale kinderen leidde suppletie met vitamine K2 (45 mcg MK-7 per dag gedurende 8 weken) tot significante verbetering van de ucOC/cOC ratio en vitamine K-status. Bij gezonde meisjes van 11 of 12 jaar is een betere vitamine K-status geassocieerd met een hogere botmineraaldichtheid. In een observationele studie met ruim 300 gezonde peripuberale kinderen (gemiddeld 11,2 jaar) leidde een betere vitamine K-status over een periode van twee jaar tot een significant sterkere toename van botmassa en totale botmineraalgehalte. Tot ongeveer 25-jarige leeftijd, tot het bereiken van de piekbotmassa (de maximale hoeveelheid bot), is de botaanmaak groter dan de botafbraak. Daarna neemt de botmassa geleidelijk af. Een hoge piekbotmassa verkleint de kans op osteoporose en fracturen op latere leeftijd; een optimale vitamine K-status tijdens de groei kan daar significant aan bijdragen.
            Arteriële verkalking is een risicofactor voor cardiovasculaire complicaties, niet alleen bij mensen met bestaande hart- en vaatziekten, diabetes en/of chronische nierziekte, maar ook bij asymptomatische personen. Verhoging van de vitamine K-inname draagt bij aan verlaging van het cardiovasculaire risico, mede door activering van MGP. Bij meting blijkt bij een groep gezonde Nederlandse volwassenen een substantieel deel van MGP inactief te zijn, wat doet vermoeden dat veel gezonde volwassenen een subklinisch vitamine K-tekort hebben. Verschillende observationele humane studies hebben een significante inverse associatie gevonden tussen de vitamine K2-inname (met name MK-7, MK-8 en MK-9) en de mate van arteriële calcificatie en de kans op coronaire hartziekte, myocardinfarct en plotse hartdood. De gemiddelde inname van vitamine K2 in een Nederlandse studie was 31 mcg/dag; de kans op coronaire hartziekte daalde met ongeveer 9% voor iedere 10 mcg verhoging van de vitamine K2-inname. Het gebruik van vitamine K-antagonisten (bloedverdunners zoals warfarine) is geassocieerd met toename van verkalking van de hartklep en coronaire slagaders. In een interventiestudie met 388 gezonde ouderen remde vitamine K1 (500 mcg/dag gedurende 3 jaar) de progressie van verkalking van de kransslagaders. Vitamine K2 is effectiever dan K1 en gaat aderverkalking en hart- en vaatziekten tegen in een lagere dosis. Dieronderzoek wijst op de mogelijkheid dat vitamine K2 aderverkalking niet alleen remt, maar het proces zelfs kan terugdraaien.
            Mensen met chronische nierziekte hebben een sterk verhoogde kans op (sterfte door) hart- en vaatziekten, met name door toename van arteriële verkalking (plaque- en mediaverkalking). In onderzoek met 107 patiënten met chronische nierziekte is vastgesteld dat de serumspiegel van gedefosforyleerd, ondergecarboxyleerd MGP (dp-ucMGP) toeneemt met progressie van de nierziekte en significant positief is gecorreleerd met de ernst van aortaverkalking. In een pilotstudie verlaagde vitamine K2 dosisafhankelijk de spiegel van dp-ucMGP bij nierpatiënten.
            De progressie van hartfalen wordt gekarakteriseerd door verschillende cellulaire en moleculaire processen, waaronder hypertrofie van cardiomyocyten, vergroting van de hartkamer en veranderingen in de extracellulaire matrix waaronder fibrose. Deze ventriculaire remodellering is mede het gevolg van abnormale regulatie van de extracellulaire matrix; onvoldoende activiteit van het vitamine K-afhankelijke Matrix Gla Proteïne (door vitamine K-insufficiëntie) speelt hierbij mogelijk een rol. Onderzoekers hebben vastgesteld dat de plasmaspiegel van inactief dp-ucMGP significant positief is geassocieerd met de ernst van chronisch hartfalen en de kans op sterfte. De precieze functie van MGP in het hart is nog niet vastgesteld, maar heeft waarschijnlijk niet te maken met de preventie van verkalking. MGP moduleert mogelijk de activiteit van groeifactoren die betrokken zijn bij weefselremodellering, zoals BMP (bone morphogenic protein), TGFβ (transforming growth factor β) en VEGF (vascular endothelial growth factor). Verbetering van de vitamine K-status leidt mogelijk tot een betere prognose van hartfalen.
            Verschillende humane studies wijzen op een positieve invloed van vitamine K op de glucosehomeostase. Bij gezonde jongvolwassenen die een glucosetolerantietest ondergingen, steeg de bloedglucosespiegel sterker bij de proefpersonen met een lage vitamine K-inname. In een ander experiment ondergingen 12 gezonde jongvolwassenen twee keer een orale glucosetolerantietest, de eerste voorafgaande en de tweede na afloop van vitamine K2-suppletie (90 mcg MK-4 per dag gedurende een week). Vergeleken met de eerste test was de acute insulinerespons in de tweede test significant lager bij proefpersonen met een aanvankelijk lage vitamine K-status. Bij ruim 2000 Japanse mannen (boven 65 jaar) was de serumspiegel van ondergecarboxyleerd osteocalcine invers geassocieerd met de nuchtere plasmaglucosespiegel, spiegel van hemoglobine A1c en mate van insulineresistentie (HOMA-IR). Een hogere inname van vitamine K1 was in een grote prospectieve cohortstudie (Framingham Offspring Cohort) geassocieerd met een betere insulinegevoeligheid en glykemische status bij zowel mannen als vrouwen. In een Nederlandse prospectieve cohortstudie met ruim 38.000 volwassenen, die ruim 10 jaar werden gevolgd, werd een inverse correlatie gevonden tussen de vitamine K-inname (K1 en K2) en de kans op diabetes type 2. In een klinische studie namen 355 niet-diabetische ouderen (60-80 jaar) gedurende 36 maanden dagelijks 500 mcg vitamine K1 of een placebo in; bij de mannen resulteerde vitamine K-suppletie in significante daling van de nuchtere insulinespiegel en afname van insulineresistentie.
            In een prospectieve observationele cohortstudie, de Framingham Offspring Study, met 673 ouderen is een invers verband gevonden tussen de vitamine K1-plasmaspiegel en de kans op osteoartritis, osteofytvorming en vernauwing van de gewrichtsspleet (hand, knie). Interventiestudies zullen moeten uitwijzen of verbetering van de vitamine K-status invloed heeft op het ziekteproces. De rol van vitamine K2 bij reumatoïde artritis is nog niet bij mensen onderzocht.

            Volg ons via Email