Immuunsysteem

Natuurlijke middelen die het immuunsysteem versterken:
  • Adaptogenen spelen in op de behoefte van wat het lichaam op dat moment nodig heeft en verhoogt de algemene lichamelijke weerstand tegen externe prikkels van uiteenlopende aard.
  • Chlorella kan zware metalen, pesticiden en toxines binden en uit het lichaam drijven. zet de witte bloedcellen aan tot de productie van interferon, xat een immuunstimulerende werking heeft (met name op T-cellen en macrofagen).
  • Co-enzym Q10 speelt een rol in de elektronentransportketen, het proces in de mitochondria waarbij in de cel ATP wordt geproduceerd. ATP is de belangrijkste energieleverancier van het lichaam. Co-enzym Q10 helpt bij het terugwinnen van verbruikt ATP, met name in cellen die veel energie nodig hebben zoals hart-, spier- en levercellen. Co-enzym Q10 kan in het lichaam aangemaakt worden uit het aminozuur tyrosine, echter is de eigen productie vaak te weinig om optimaal te kunnen functioneren. De co-enzym Q10 niveaus in organen nemen af met de leeftijd en als gevolg van aandoeningen van de hartspier en spierziekten zoals Alzheimer, artrose, ...
  • Curcuma (curcumine) versterkt het immuunsysteem en remt ontstekingen.
  • Groene thee (ECGC) heeft een ontstekingsremmende werking, verbeter de weerstand, gaat allergieën tegen.
  • IJzer bevordert de weerstand.
  • NAC (N-Acetyl-L-Cysteïne) bevordert het natuurlijke afweersysteem, bij een gebrekkige weerstand.
  • Omega 3 activeert het afweersysteem en vermindert ontstekingsreacties.
  • OPC samen met vitamine C hebben een wederzijdse beschermende en stimulerende werking. De combinatie van deze ingrediënten biedt weerstandsverhoging tegen virussen en allergieën. Eveneens worden schadelijke radicalen onwerkzaam gemaakt.
  • Probiotica heeft een krachtig effect op het immuunsysteem door het versterken van zowel de cellulaire als de humorale immuunrespons. De darm is het grootste immuunorgaan van het lichaam. Verbetering van de darmflora in de dunne darm heeft een zeer positief effect op de conditie van het afweersysteem.
  • Vitamine C activeert het afweersysteem, vult de antioxidanten aan in het lichaam en versnelt herstel na ziekte. De beste vormen van vitamine C zijn de zogenaamde "ontzuurde" vormen van vitamine C. Dit zijn de mineraalascorbaten, die milder zijn voor de maagwand en beter worden opgenomen. Onderzoeken naar de farmacologische werking van mineraalascorbaten hebben aangetoond dat de resorptie tweemaal zo snel verloopt vergeleken bij toediening van vitamine C in de vorm van ascorbinezuur. Het vaak in vitamine-C-kauwtabletten aanwezige ascorbinezuur kan een zuuraanval veroorzaken op de tanden en kiezen, wat cariës kan veroorzaken. Het is dus van belang er op te letten dat Vitamine C kauwtabletten vrij zijn van ascorbinezuur.
  • Vitamine D receptoren voor vitamine D worden aangetroffen in onder andere afweercellen. Vitamine D zorgt voor het normaal functioneren van het immuunsysteem en verhoogt de weerstand tegen infecties.
  • Zinkmethionine is een speciale vorm van zink die sneller wordt opgenomen in het lichaam. Draagt bij tot een normale werking van het immuunsysteem.
Ons lichaam wordt constant belaagd door horden microscopisch kleine organismen (micro-organismen) uit de omgeving. Ons immuunstelsel (afweersysteem) is voortdurend paraat om die te bestrijden. Het immuunsysteem werkt als een soort geheime dienst, die al voor onze geboorte begint met voorbereidingen op de komende oorlog. Bij een aanval van de micro-organisme mobiliseert het een team chemische koeriers, die de opdrachten aan de vechttroepen moeten overdragen. De troepen die eenmaal slag hebben geleverd met de vijand, blijven in de achterhoede, maar zijn bij elke nieuwe aanval van een zelfde organisme onmiddellijk in staat van paraatheid.

Er zijn 2 soorten immuniteit:

Passieve immuniteit: die al bij de geboorte bestaat. Een baby krijgt daarnaast nog tijdelijk passieve immuniteit door de antistoffen in de moedermelk (hierbij lijkt borstvoeding in ernstige maten de gezondheid van de baby te bevorderen tegenover flesvoeding), die hem beschermt terwijl hij zijn eigen actieve immuniteit opbouwt.
Actieve immuniteit: ontstaat als reactie op het eerste contact met een voor het lichaam onbekend virus of bacterie. Deze immuniteit is blijvend, omdat het immuunstelsel over een geheugen beschikt en ziekteverwekkers kan herkennen. Bij een volgend contact staat de verdediging dan al klaar. 

Om een kind immuun te maken voor bijvoorbeeld mazelen of kinkhoest kan men het inenten met het gedode of verzwakte micro-organisme. Voor het kind is dit een lichaamsvreemde substantie (antigeen genoemd), waartegen het een verdediging opbouwt. Als het op latere leeftijd met het levende mazelen-virus in contact komt, hoeft de verdediging alleen nog maar geactiveerd te worden. Maar de verdediging tegen het mazelen-virus biedt geen bescherming tegen bijvoorbeeld het poliovirus. Het immuunstelsel moet tegen elk type ziekteverwekker een eigen verdediging opbouwen. Hetzelfde principe geldt voor een antivirus op een computer die eerst een virus moet herkennen vooraleer deze onderschept kan worden.

Kava kava

Kava zou slecht zijn voor de lever, deze vaststelling is de uitkomst van een twijfelachtig onderzoek. De farma industrie zou achter deze bewering zitten, kava werkt immers beter op geestelijke aandoeningen dan dure gepatenteerde synthetische medicijnen die een lange lijst aan bijwerkingen hebben, waarvan vele ook slecht zijn voor de lever, maar desondanks toch op de markt mogen blijven.
🛍 Now Foods, Kava Kava Extract, 250 mg, 120 Capsules
iHerb

Latijnse naam: Piper methysticum
Andere namen: Kawa,kava, kawa kawa
Toepassingen bij klachten:
Inwendig gebruik:
Vermindert angstgevoelens:
Verscherpt het waarnemingsvermogen, alertheid, geheugen, reactievermogen en spraakvermogen:
Kalmerend, relaxerend zonder slaperig of suf te maken of het reactievermogen te verminderen; helpt bij matige depressie; Vergroot het persoonlijk geluk:
Slaapbevorderend:
Krampstillend, spierontspannend:
  • Gespannen, verkrampte spieren bij nervositeit en stress.
  • Spierpijnen, spanningshoofdpijn, nekpijn, spierkrampen, helpt bij fibromyalgie.
Gebruikte delen:
De volwassen wortelstokken (geoogst na 3 jaar).

Waarschuwingen:

Niet geven aan personen met leveraandoeningen of met obstructie van de galwegen. Niet geven aan personen met een overbelaste lever door overmatig alcohol- of medicijnengebruik. Niet geven aan personen die een duidelijke deficiëntie hebben in de eerste fase-detoxificatie in de lever. Niet geven bij nierstoornissen. Niet aan kinderen onder de 2 jaar geven. Niet aan zwangere en zogende vrouwen geven. Niet geven aan Parkinson-patiënten. Niet geven bij endogene depressie.

Melatonine

De synthese van melatonine wordt geremd door licht op het netvlies en gestimuleerd door duisternis. Het melatonineniveau is dan ook het hoogst vóór het slapengaan. Hoeveel endogeen melatonine wordt afgescheiden varieert per persoon.
🛍 NOW - Melatonine 3 mg
Vitaminstore
🛍 Now Foods, Melatonin, 3 mg, 180 Capsules
iHerb

Toepassingen:
  • Jetlag.
  • Alzheimer.
  • ASS (Autisme Spectrum Stoornissen).
  • Depressie.
  • Hoge bloeddruk: melatonine verlaagt de bloeddruk, verdunt het bloed, neutraliseert overmatige oxidatie in het lichaam door vrije radicalen.
  • Voorkomt vroegtijdige veroudering, voorkomt dat het lichaam te snel uitgeblust geraakt.
  • Ichemie.
  • Te hoge cholesterol.
  • Hoofdpijn.
  • Verbetert de kwaliteit van eicellen en zaadcellen.
  • Kan stuipen (preeclampsie) en de daarbij voorkomende symptomen bij zwangere vrouwen verminderen.
  • Geeft 's avonds zin om te gaan slapen, verlicht spanningen, ontspant spieren, sneller in slaapvallen, minder snel wakker worden, helpt bij slapeloosheid.
  • Wekt ons 's ochtends door de schildklierhormoon te activeren.
Dosering:
Bij behandeling van slaapproblemen blijkt 0.1 tot 2.0 mg ’s avonds over het algemeen te volstaan, veilig te verhogen tot 5-10 mg indien het gewenste resultaat uitblijft.
Jetlag: 0,5 tot 8 mg dagelijks.
Ziekte van Alzheimer, autisme spectrum stoornissen depressieve stoornissen en reproductie: 2 tot 6 mg dagelijks.
Hoofdpijn: 5 tot 9 mg dagelijks.
Hart- en vaatziekten: 1 tot 5 mg dagelijks.

Synergisme:
Kalmerende, bloedglucoseverlagende en bloedverdunnende fytotherapeutica kunnen de werking van melatonine versterken. De endogene secretie van melatonine wordt verhoogd door monnikspeper (Vitex agnus castus) en kan het effect van suppletie versterken. Zink speelt een belangrijke rol in het melatoninemetabolisme.

Waarschuwing:
Van deze stof zijn geen contra-indicaties bekend.
Melatonine wordt algemeen beschouwd als veilig in de vermelde doseringen. Er zijn geen belangrijke bijwerkingen op de korte en lange termijn. Zelden treden milde bijwerkingen op zoals vermoeidheid in de ochtend en opwinding voor het slapengaan.
Fluvoxamine, cimetidine, ciprofloxacine, erythromycine, en tricyclische antidepressiva zijn geneesmiddelen die CYP1A2 (een belangrijke katalysator van het melatoninemetabolisme) remmen en daarmee het serum melatonine verhogen.
NSAID’s, bètablokkers, tabak-, en alcoholconsumptie onderdrukken juist de endogene melatonineproductie. Voor cafeïne lijkt dit ook het geval, maar onderzoeksresultaten zijn hierin tegenstrijdig.
Melatonine versterkt de werking van bètablokkers, andere bloeddrukverlagers, kalmerende middelen, benzodiazepines (bij slapeloosheid), interleukin-2 en tamoxifen. Tevens kan melatonine het effect van antistollingsmiddelen (bloedverdunners) versterken, waardoor het bloedbeeld gecontroleerd moet worden.

De werking van antidepressiva, steroïden, immunosuppressiva en glucoseverlagende medicijnen kan verminderd worden door melatonine. Daarom dient suppletie te geschieden onder toezicht van een arts, de dosering van de medicatie kan dan eventueel worden aangepast.

Werking:
Melatonine is een peptidehormoon dat door de epifyse -een neuro-endocrien orgaan in de hersenen- wordt geproduceerd en uitgescheiden. Daarnaast vindt synthese voor autocrien of paracrien gebruik plaats in onder andere het netvlies, het beenmerg, het maag-darmkanaal en in lymfocyten.
De primaire fysiologische rol van melatonine is het beïnvloeden van het 24-uursritme. Van alle 24-uursritmes, is de slaap-waakcyclus het bekendst. Echter, veel andere processen vertonen ook een 24-uursritme; hormoongestuurde lichaamsfuncties zoals lichaamstemperatuur, bloeddruk en urineproductie vertonen variatie in dag en nacht. Het ritme wordt geregeld door externe en interne factoren. Externe factoren zijn bijvoorbeeld temperatuur, licht, beschikbaarheid van voedsel en sociale invloeden. Melatonine synchroniseert het interne hormonale milieu aan de externe factoren; Melatonine synchroniseert op deze manier onze biologische klok (die iets minder dan 24 uur telt) met het 24-uurs dag- en nachtritme.
Behalve het 24-uursritme regelt melatonine seizoensgebonden reproductie, immuunfunctie, bloeddruk, humeur, spiertonus en het cholesterolgehalte. Tevens heeft het antioxidatieve eigenschappen en ruimt vrije radicalen op. Melatonine is natuurlijk ook welbekend om zijn slaapbevorderende werking. Bij mensen met een verstoord slaap-waakpatroon door bijvoorbeeld een jetlag, nachtdiensten of neuropsychiatrische stoornissen, zorgt melatonine voor regulering van het slaap-waakpatroon.
De synthese van melatonine wordt geremd door licht op het netvlies en gestimuleerd door duisternis. Het melatonineniveau is dan ook het hoogst vóór het slapengaan. Hoeveel endogeen melatonine wordt afgescheiden varieert per persoon. De endogene piekwaarde ligt ’s nachts tussen 54-75 pg/ml, terwijl bij mensen met een lage afscheiding de piek tussen 18-40 pg/ml ligt. Na suppletie is de piekconcentratie 350-10.000 keer hoger. Endogene melatonine gesynthetiseerd door de epifyse komt snel vrij in de bloedbaan en vervolgens in andere lichaamsvloeistoffen. Oraal gesuppleerde melatonine wordt tevens snel geabsorbeerd, de piek serumspiegel treedt op na 60- 150 minuten. Na ongeveer 30-60 minuten is de hoeveelheid endogeen melatonine in het serum gehalveerd, terwijl gesuppleerd melatonine al na 12-48 minuten is gehalveerd. Bij het passeren van de lever wordt 90 procent uitgescheiden. Gesuppleerde melatonine heeft een biologische beschikbaarheid van 10-56%. Veroudering en blootstelling aan magnetische velden hebben een vermindering van de synthese van melatonine tot gevolg. Vraag is of de endogene secretie werkelijk afneemt met de leeftijd, of dat het verschil in status te wijten is aan ziektes en melatonine-onderdrukkende medicatie zoals NSAID’s, bètablokkers en aspirine, evenals door toegenomen gebruik van alcohol, cafeïne en nicotine.
Werkingsmechanismen: bij een verminderde lichtval op het oogvlies wordt dopaminesecretie geremd en melatoninesecretie gestimuleerd. Het retinohypothalamisch kanaal stuurt een signaal naar de nucleus suprachiasmaticus, die het signaal doorstuurt naar de epifyse. De epifyse activeert nu de melatoninesynthese. Dopamine speelt een rol in dit proces. Door methylering van de neurotransmitter serotonine wordt melatonine gevormd. Tryptofaan, een essentieel aminozuur dat in onze voeding voorkomt, is een precursor van serotonine. Uiteindelijk zetten leverenzymen melatonine om in 6-hydroxymelatonine, waarna het met de urine wordt uitgescheiden.
Antioxidatieve werking: voor het metabolisme van een cel wordt zuurstof gebruikt, hierbij komen cytotoxische bijproducten vrij, de zogenaamde vrije radicalen. Deze vernietigen macromoleculen zoals DNA, lipiden en eiwitten, met celdood via apoptose tot gevolg. Melatonine neutraliseert (evenals zijn metabolieten) zuurstof- en stikstofhoudende reactanten. Het stimuleert tevens de expressie en activiteiten van verschillende antioxidatieve enzymen en het remt koppeling van NO en O2 door het opruimen van NO en door onderdrukking van de activiteit van het pro-oxidatieve enzym stikstofoxidesynthase. Dit samen leidt tot vermindering en herstel van DNA-schade. Bovendien heeft melatonine een positief effect op de energiestofwisseling in de mitochondriën door stimulering van elektronentransport en oxidatieve fosforylering. Melatonine reguleert tevens de signaaloverdracht in de cel en beïnvloedt daarmee de transcriptionele functie van oestrogeenreceptoren. Het reguleert op deze manier de activiteit van allerlei genen. Melatonine reduceert een beschadigd DNA product (8 OHdG) en een bijproduct uit de oxidatie van lipiden (hexanoyl-lysine adduct) in het follikelvloeistof.
Hormoonhuishouding: melatonine vertoont een wisselwerking met allerlei andere hormonen, het werkt regulerend op de geslachtsklieren. Bij een farmacologische dosis melatonine in combinatie met norethisteron, treedt geen piek op in de secretie van luteïniserend hormoon tijdens de menstruele cyclus, het follikelstimulerend hormoon blijft constant. Hierdoor treedt geen ovulatie en progesteronstijging op. Bij een fysiologische dosis stimuleert melatonine juist het luteïniserend hormoon bij vrouwen in de folliculaire fase van de menstruele cyclus en cortisolniveaus bij oudere vrouwen. Tevens stimuleert het de synthese van androsteendion en progesteron. Progesteron remt de synthese van melatonine. Uit androsteendion wordt vervolgens testosteron en oestrogeen gemaakt. Melatonine remt daarentegen de secretie van antidiuretisch hormoon (vasopressine) en van oxytocine. Hierbij moet gedacht worden aan de remming van vroegtijdige oxytocinesecretie tijdens zwangerschap. Het antidiuretisch hormoon zorgt voor de regulatie van de waterhuishouding, induceert vaatvernauwing en stimuleert glucogenese. Oxytocinesecretie reguleert sociale interactie, zorgt voor contractie van glad spierweefsel (van bijvoorbeeld de baarmoeder) en de toeschietreflex bij borstvoeding. Beide hormonen beïnvloeden weer de secretie van hypofysehormonen, waaronder prolactine. Het antidiuretisch hormoon stimuleert de secretie van testosteron.
Melatonine remt de werking van prolactine. Prolactine zet zoogdieren aan tot melkproductie en remt de ovulatie. Melatonine verlaagt de gevoeligheid voor insuline en de glucosetolerantie.
Immuunsysteem: een hoge dosis melatonine werkt immunomodulerend. De T-lymfocyt activiteit en het aantal lymfocyten en antistoffen wordt verhoogd. Stimulatie van het immuunsysteem kan optreden door een direct effect van melatonine op de melatoninereceptor. Deze is namelijk aanwezig in meerdere onderdelen van het immuunsysteem, zoals de thymus, milt en lymfocyten. Bovendien kan melatonine het 24-uursritme van het immuunsysteem reguleren. In vitro zijn zelfs nog meer effecten op het immuunsysteem aangetoond. Melatonine stimuleert de cytokineproductie door T-helper lymfocyten (zoals interleukine-2 en gamma-interferon) te stimuleren. Tevens kan melatonine de immunostimulerende eigenschappen van interleukine-2 versterken door aanmaak van extra T-lymfocyten, natural killer cellen en eosinofiele granulocyten.
Verminderde synthese van melatonine houdt verband met een tijdelijke immunosuppressie.
Slaapbevorderend: als de melatoninespiegel stijgt, daalt de activiteit. Melatonine reguleert namelijk de synthese van second messengers, met een verminderde activiteit van onder andere glucagon en adrenaline tot gevolg. Wanneer in fysiologische hoeveelheden (0,5 – 8 mg per persoon per dag) wordt gesuppleerd, heeft dit een kalmerende en slaapbevorderende werking. Bij toediening vóór aanvang van de endogene secretie, kan zelfs met lagere doses worden volstaan. Melatonine versterkt via interactie met de GABA-receptoren de invloed van gamma-aminoboterzuur (GABA), waardoor de neurotransmissie wordt geremd. Tevens leidt melatonine tot een kleine daling van de lichaamstemperatuur, met een slaapbevorderende werking tot gevolg. Dit zou kunnen komen door het effect dat melatonine heeft op de hypothalamus en zijn warmteregulerende centra. Melatonine verbetert de slaap door verkorte inslaaptijden, verlengde slaapduur en een verbeterd slaappatroon.
Verschuiving van de slaapfase: de melatoninesecretie wordt geremd wanneer de ogen licht waarnemen. Het slaap-waakritme kan door melatoninesuppletie worden verschoven, als het op het juiste moment van de dag wordt genomen. Om eerder in de slaapfase te komen dient melatonine ongeveer twee uur voor de beoogde slaaptijd te worden genomen. Wanneer men ‘s avonds de slaapfase wil uitstellen neemt men melatonine vroeg in de ochtend; ’s morgens blijft men hierdoor langer moe, uiteindelijk wordt hierdoor de slaap in de avond uitgesteld en slaapt men ‘s morgens langer door.
Overige mechanismen: melatonine heeft ontstekingsremmende eigenschappen; het reduceert het aantal receptoren voor pro-inflammatoire cytokines en remt de productie van stikstofoxide. Daarnaast heeft melatonine effect op prostaglandinen, die de homeostase bij stresssituaties reguleren. Melatonine verandert de GABA neurotransmissie met een anticonvulsieve werking tot gevolg. Melatonine werkt bloeddrukverlagend door ontspanning van het gladde spierweefsel in de aorta, door een rechtstreekse werking op de hypothalamus of vanwege zijn antioxidatieve eigenschappen.
Nachtelijke blootstelling aan fel licht of te weinig licht gedurende de dag (bijvoorbeeld door lichtvervuiling, nachtdiensten, jetlag en blindheid) kunnen de normale melatoninecyclus verstoren. Verstoring van het 24-uursritme kan de endocriene functie verstoren
Jetlag: melatonine minimaliseert de effecten van een jetlag, vooral bij het passeren van meerdere tijdzones. Melatoninesuppletie geschiedt het best voor vertrek als het 10 uur ’s avonds is op de plaats van bestemming, eenmaal aangekomen nog 3 dagen voor het slapengaan. Dit leidt tot minder slaperigheid ‘s morgens en ‘s avonds. De symptomen van een jetlag worden voorkomen dan wel verminderd. Het effect is het grootst bij oostwaartse vluchten over meerdere tijdzones.
Alzheimer: bij patiënten met Alzheimer neemt de secretie van melatonine af. Dit zou mede oorzaak kunnen zijn van het verstoorde 24-uursritme, verminderd efficiënte slaap en verminderde cognitieve functies. Dag-nachtritmestoornissen met daarbij agitatie in de avond komt bij 50% van de ernstig zieke Alzheimerpatiënten voor. Deze symptomen kunnen met melatonine behandeld worden. Het is mogelijk om bij aanvang van de ziekte te behandelen met melatonine. Dit is in het bijzonder van belang bij beginnende cognitieve achteruitgang.
Autisme spectrum stoornissen: autisme spectrum stoornissen (ASS) zijn neurologische aandoeningen die voorkomen bij autisme, het syndroom van Asperger, Rett syndroom, en PDD-NOS. Er is vaak sprake van een lage melatoninesecretie. Bij sommige mensen met ASS zijn afwijkingen in de fysiologie van melatonine ontdekt. Dit werd in verband gebracht met stoornissen in verbale communicatie en speelvaardigheden. Er wordt zelfs gedacht dat een laag melatonineniveau een risicofactor is voor de ontwikkeling van ASS. ASS blijkt samen te gaan met oxidatieve stress, cerebrale ontsteking, verstoorde darmflora en gastro-intestinale inflammatie. Zoals bij werkingsmechanismen omschreven, heeft melatonine een positieve invloed op ontsteking en oxidatieve stress. Bovendien verbetert melatonine de slaap bij kinderen met ASS, door verkorte inslaaptijden, verlengde slaapduur en een verbeterd slaappatroon.
Depressieve stoornissen: tijdens de actieve fase van diverse depressieve stoornissen blijkt het melatonineniveau verlaagd. Bij manisch-depressieve personen is het melatonineniveau in de manische fase aanzienlijk hoger dan in de depressieve fase. Mensen met een seizoensafhankelijke depressie hebben tevens een veranderde cyclus van melatoninesecretie. Bij mensen met een depressieve stoornis is het dag-nachtritme vaak verstoord. Melatonine kan dit herstellen en lijkt tevens stemmingsstoornissen te kunnen verminderen.
Bloeddruk: bij vrouwen voor en na de menopauze daalt de systolische- en diastolische bloeddruk door melatoninesuppletie. Ook de variatie tussen beide neemt af. Ook het hartvaatstelsel van tieners met diabetes mellitus 1 en gezonde mannen reageert positief op melatoninesuppletie. Ook bij mannen met onbehandelde verhoogde bloeddruk wordt de nachtelijke bloeddruk aanzienlijk verlaagd door herhaaldelijke melatoninesuppletie.
Ischemie: bij een hartinfarct worden veel vrije radicalen gevormd. Patiënten hebben na een infarct een lager melatonineniveau en verminderde nachtelijke stijging. Het lijkt erop dat in dit geval suppletie van melatonine nodig is om de vrije radicalen te neutraliseren en daarmee de schade te beperken. Uit dierlijke studies is gebleken dat melatonine het verlies van weefsel en neurofysiologische effecten bij een beroerte en hartaanval kan verminderen. Melatonine bezit het vermogen om cellulaire vernietiging als gevolg van een tijdelijke ischemie te beperken in de hersenen, het hart en andere weefsels.
Cholesterol: melatonine verlaagt het totaal- en LDL-cholesterol. Bij mensen met multiple sclerose gaan een laag melatonineniveau ’s nachts en een verhoogd cholesterolniveau samen, wat kan betekenen dat melatonine het lipidenprofiel bij deze patiënten verbetert.
Hoofdpijn: bij clusterhoofdpijn is het melatonineniveau verlaagd. Melatonine kan hoofdpijn helpen voorkomen via de volgende mechanismen: ontstekingsremmende werking, de opruiming van vrije radicalen, remming van de activiteit van stikstofoxidesynthase, de vermindering van gevoeligheid voor pro-inflammatoire cytokine, remming van dopaminesecretie, membraanstabilisatie, het mogelijk maken van pijnstilling door GABA en endorfine en neurovasculaire regulatie. Ook de gelijkenis met de chemische structuur van indomethacin speelt hierbij een rol. Hoofdpijn behandelen met melatonine is veelbelovend, vooral bij clusterhoofdpijn, migraine, nachtelijke hoofdpijn en hoofdpijn die reageert op indomethacine. Melatonine kan ook van belang zijn bij de comorbiditeiten van migraine, zoals slapeloosheid. Wanneer het melatonineniveau van de patiënt laag is, is het waarschijnlijker dat de hoofdpijn op de behandeling reageert.
Reproductie: melatonine reguleert bij zoogdieren de vruchtbaarheid, opdat het nageslacht in een gunstig seizoen geboren wordt. De antioxidatieve functie van melatonine en zijn functie bij het opruimen van vrije radicalen hebben tevens een positief effect op de reproductie. Het beschermt de moeder, foetus en placenta tegen (nitro)oxidatieve schade die kan optreden tijdens de zwangerschap. Melatonine lijkt bovendien de schade te kunnen beperken wanneer de foetus tijdelijk zonder zuurstof zit, bijvoorbeeld door een bloedprop in de placenta.
Kwaliteit van gameten: de rijping en kwaliteit van de eicel wordt door melatonine bevorderd door activatie van hormonen en door vermindering van oxidatieve schade aan de moleculen in de follikelvloeistof. Melatonine beschermt eicellen en zaadcellen tegen schade door zuurstof- en stikstofhoudende reactanten en vermindert wellicht de kans op het doorgeven van afwijkingen aan de volgende generatie.
Preeclampsie: vrouwen met ernstige preeclampsie hebben een lager melatonineniveau ‘s nachts dan gezonde zwangere vrouwen. Bovendien is het aantal antioxidanten verlaagd en het aantal vrije radicalen verhoogd. Dit kan worden hersteld met melatoninesuppletie. Bij preeclampsie is ook sprake van een verhoogde bloeddruk en soms convulsies, deze kunnen tevens behandeld worden met melatonine. 
Melatonine passeert de placenta, waardoor ook de foetus beschermd wordt tegen oxidatieve stress. De placenta wordt op deze manier beschermd tegen stikstofhoudende reactanten. Melatonine kan dus preeclampsie en de daarbij voorkomende symptomen verminderen. Doseringen van 1 tot maximaal 10 mg per dag zouden geen negatief effect op het voortplantingsstelsel hebben.
Slaapgerelateerde problemen: mensen die last hebben van slapeloosheid hebben een verminderde nachtelijke melatoninesecretie. Suppletie van zowel een hogere als een lage dosis melatonine 's avonds verbetert de kwaliteit van slaap bij gezonde mensen. Ze hebben minder tijd nodig om in slaap te komen, de fase 2 non-remslaap wordt verlengd en de totale slaaptijd neemt toe, evenals de alertheid overdag. Wanneer nachtdienstmedewerkers overdag willen slapen, wordt de kwaliteit en lengte van de slaap verbeterd na melatonine. Tevens helpt melatonine mensen met het uitgestelde-slaapfasesyndroom om eerder in slaap te vallen, door regulatie van het slaap-waakritme. Het maakt niet uit op welk tijdstip melatonine wordt genomen, het veroorzaakt slaperigheid. De tijd voordat de slaperigheid intreedt, vertoont een lineair verband, waarbij het ‘s middags bijna vier uur duurt en bijvoorbeeld om 21.00 uur maar één uur. 
Bij een aantal medische indicaties blijkt melatonine tevens slaapproblemen te verminderen, zoals bij epilepsie, blindheid en vrouwen in de menopauze, maar ook bij longontsteking op de intensive care, patiënten met COPD en met milde en matige astma, met en zonder nachtelijke exacerbaties. 
Mensen met astma lijden vaak aan slaapstoornissen, ontstaan door het ziektebeeld of door de voorgeschreven medicijnen. Verstoorde slaap heeft niet alleen zijn weerslag op het dagelijks leven, het leidt ook tot een bemoeilijking van de behandeling. Melatonine helpt deze patiënten door zijn slaapbevorderende werking en is tevens van invloed op ontstekingen en de spiertonus van het gladde spierweefsel. Behandeling met melatonine verbetert de subjectieve kwaliteit van de slaap aanzienlijk. 
Slaapproblemen komen ook voor bij tal van neuropsychiatrische aandoeningen, zoals bij mentale retardatie, de ziekte van Alzheimer, ziekte van Parkinson, schizofrenie, autisme, depressie en seizoensafhankelijke depressie. Melatonine kan ook bij deze patiëntgroep een normaal slaappatroon bevorderen en de tijd tot de slaap verkorten. 
Overige indicaties: een verhoogde melatoninesecretie ’s nachts voorkomt mogelijk obesitas en vroegtijdige veroudering. Tevens lijkt melatonine te beschermen tegen straling. Waarschijnlijk wordt bijna 70% van de biologische schade door straling veroorzaakt door vrije radicalen.

Vitamine B6 (pyridoxine)

Pyridoxaal-5-fosfaat (P5P) is de actieve vorm van vitamine B6. Vitamine B6 in de vorm van P5P heeft als voordeel dat de vitamine niet meer door het lichaam omgezet hoeft te worden in zijn biologisch actieve vorm, een proces dat niet bij iedereen even efficiënt verloopt. Daarnaast kan er vanwege de betere werkzaamheid volstaan worden met een lagere dosering.
🛍 Solgar Vitamins - Megasorb B-6 P-5-P 50 mg (vitamine B6 als P5P)
Vitaminstore
🛍 Country Life, P-5-P (Pyridoxal 5' Phosphate), 50 mg, 100 Tablets
iHerb

Toepassingen:
  • Hart- en vaatziekten (ook preventie): een verlaagde P5P-spiegel verhoogt de kans op coronaire hartziekte, bloeddrukverhoging en een lage HDL-cholesterolspiegel. Tevens is een hogere inname van vitamine B6 uit voeding geassocieerd met een significant lagere sterfte door beroerte, ischemische hartziekte of hartfalen.
  • Premenstrueel syndroom: vitamine B6 vermindert PMS-klachten, vooral in combinatie met magnesium.
  • Zwangerschap en borstvoeding: tijdens zwangerschap en borstvoeding is sprake van een verhoogde vitamine B6-behoefte; tevens gaat vitamine B6 ochtendmisselijkheid, spierkramp in de benen en (pre)eclampsie (stuipen) tegen.
  • Diabetes mellitus: veel diabetici hebben een subklinisch vitamine B6-tekort, wat ongunstig is voor de glycemische controle en de kans op diabetescomplicaties vergroot. Suppletie met de actieve vormen van vitamine B6 (P5P), vitamine B12 (methylcobalamine) en foliumzuur (L-methylfolaat) verbetert diabetische perifere neuropathie; suppletie met P5P remt de progressie van diabetische nefropathie.
  • Chronische ontstekingsziekten: chronische ontstekingsziekten zoals reumatoïde artritis en inflammatoire darmziekten gaan gepaard met weefselspecifieke vitamine B6-depletie.
  • Carpale-tunnelsyndroom: de ernst van de klachten is groter bij een lagere P5P-spiegel. Suppletie met pyridoxine of P5P (bij voorkeur in combinatie met vitamine B2) kan klachten van carpaltunnelsyndroom ook verlichten als er geen vitamine B6-tekort is. 
  • Prikkelbare darm syndroom: een lagere P5P-spiegel is geassocieerd met meer klachten van PDS.
  • Huidaandoeningen: bij huidaandoeningen zoals acne en huidontstekingen kan vitamine B6 zorgen voor klachtenverlichting, vooral in combinatie met thiamine en riboflavine.
  • De ziekte van Alzheimer, de ziekte van Parkinson: beide neurodegeneratieve aandoeningen zijn geassocieerd met verlaagde spiegels van P5P.
  • Tardieve dyskinesie (bewegingsstoornis): suppletie met vitamine B6 vermindert symptomen van deze ernstige bijwerking van antipsychotica.
  • Chronisch nierfalen, hemodialyse: verlaging van de vitamine B6-status bij patiënten met chronisch nierfalen verhoogt de kans op perifere neuropathie; suppletie met P5P kan symptomen van perifere neuropathie significant verlichten.
  • Preventie oxaalzuur nierstenen: een hogere inname van vitamine B6 en magnesium is geassocieerd met een kleinere kans op (recidivering van) oxaalzuur nierstenen.
  • Aangeboren vitamine B6-afhankelijke aandoeningen: P5P-suppletie is essentieel bij aandoeningen zoals sideroblastaire anemie, homocysteïnurie, primaire hyperoxalurie en P5P-afhankelijke epilepsie.
Dosering:
De ADH voor vitamine B6 bedraagt 1,5 mg per dag (voor mannen boven 51 jaar 1,8 mg/dag). Amerikaans onderzoek suggereert echter dat veel mensen meer vitamine B6 nodig hebben (minimaal 3-5 mg/dag) voor het bereiken van een optimale P5P-spiegel (> 30 nmol/l). In Europa (European Food Safety Authority) geldt een veilige bovengrens van inname (tolerable upper intake level) van 25 mg vitamine B6 per dag; de Verenigde Staten (Institute of Medicine) hanteren een veilige boven¬grens van 100 mg per dag. Voor therapeutische doeleinden zijn doseringen tussen 25 en 200 mg vitamine B6 per dag gebruikelijk en veilig: bij doseringen tot 200 mg per dag zijn geen afwijkingen waargenomen (no observed adverse effect level). Bij tardieve dyskinesie zijn doseringen tot 400 mg per dag voorgeschreven; het is belangrijk dat dit onder medische supervisie plaatsvindt. P5P is waar¬schijnlijk veiliger in hoge doseringen dan pyridoxine en heeft de voorkeur als pyridoxine in de lever niet goed wordt omgezet in P5P.

Synergisme:
Vitamine b'skaliumvitamine Cmagnesium en selenium verbeteren de vitamine B6-status. Vitamine B2zink en vitamine B3 zijn nodig voor de omzetting van pyridoxine in P5P in de lever.

Waarschuwing:
Wees terughoudend met hoge doseringen vitamine B6 tijdens zwangerschap en lactatie.
In te hoge dosering kan vitamine B6 perifere sensorische neuropathie en zenuwdegeneratie veroorzaken; deze bijwerkingen verdwijnen meestal binnen zes maanden na het staken van vitamine B6-suppletie. Meestal gaat het om dagdoseringen van 600 mg of hoger; in enkele gevallen treden neuropathische klachten op bij een (veel) lagere dosering vitamine B6. Ook is de kans op perifere neuropathie groter na langdurige vitamine B6-suppletie.
Diverse medicijnen (waaronder isoniazide, penicillamine, hydralazine, levodopa, procarbazine, cycloserine, theofylline, MAO-remmers, ethionamide, valproïnezuur, tetracyclines en corticosteroïden), de anticonceptiepil en hormonale suppletietherapie kunnen de vitamine B6-status verlagen.
Roken en een hoge alcoholinname verhogen de vitamine B6-behoefte.
Vitamine B6 verlaagt de effectiviteit van levodopa, fenobarbital en feny¬toïne, maar verbetert mogelijk de werking van nortryptiline.
Meer interacties zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

Werking:
Vitamine B6 bestaat uit 3 verwante verbindingen (3-hydroxy-2-methyl-pyrimidinederivaten) met bijbe¬horende fosfaatesters: pyridoxine, pyridoxaal, pyridoxamine, pyri¬doxine-5-fosfaat, pyridoxaal-5-fosfaat en pyridoxamine-5-fosfaat. Het lichaam kan naar behoefte de ene vorm van vitamine B6 in de andere omzetten. De belangrijkste, biologisch meest actieve vorm van vitamine B6 is pyridoxaal-5-fosfaat (P5P). Dierlijke bronnen van vitamine B6 zoals vlees, vis, gevogelte en eieren bevatten met name het goed opneembare pyridoxaal-5-fosfaat en pyridoxamine-5-fosfaat. Plantaardige bronnen (zetmeelrijke groenten, granen, peulvruchten) bevatten het minder goed opneembare pyridoxine-glucoside, pyridoxine en pyridoxine-5-fosfaat. In voedingssupplementen wordt meestal pyridoxine gebruikt, alhoewel pyridoxaal-5-fosfaat een hogere biologische beschikbaarheid heeft en waarschijnlijk minder toxisch is in hoge doseringen.
Dagelijkse toevoer van vitamine B6 is belangrijk omdat het lichaam vrijwel geen vitamine B6 opslaat; een P5P-bloedspiegel hoger dan 30 nmol/l (of een totale vitamine B6-gehalte in bloed hoger dan 40 nmol/l ) geeft aan dat de vitamine B6-voorziening voldoende is.
Alhoewel een klinische vitamine-B6-deficiëntie zeldzaam is, komt een subklinische vitamine-B6-deficiëntie wel vaak voor. Ruim 23% van alle Europese ouderen heeft een vitamine B6-tekort (P5P-plasmaspiegel < 20 nmol/l); onder ouderen in verpleeghuizen kan dit percentage oplopen tot 75%. Risicogroepen voor een vitamine-B6-tekort (naast ouderen) zijn alcoholisten, rokers, vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven en mensen die door medicijngebruik, stress, chronische ontsteking of ziekte meer vitamine B6 nodig hebben.
Pyridoxaal-5-fosfaat (P5P) is cofactor van meer dan honderdveertig enzymen. Deze enzymen katalyseren uiteenlopende biochemische reacties in het lichaam waaronder de stofwisseling van eiwitten, vetten en koolhydraten. Vitamine B6 is cofactor bij de omzetting van het toxische homocysteïne in cysteïne; een tekort aan vitamine B6 draagt bij aan verhoging van de homocysteïnespiegel en daarmee de kans op hart- en vaatziekten, osteoporose en kanker. Daarnaast is een lage vitamine B6-status, los van de homocysteïnespiegel, een onafhankelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten.
P5P is onder meer van belang voor bloedaanmaak (P5P-afhankelijke synthese van heem) en zuurstoftransport, hart- en skeletspierwerking (P5P-afhankelijke synthese van myoglobine), energiestofwisseling in celmitochondriën (P5P-afhankelijke synthese cytochromen en co-enzym Q10, afbraak glycogeen), celfunctie en celdeling (P5P-afhankelijke synthese DNA, RNA, sfingomyeline) en het goed functioneren van immuunsysteem, endocriene systeem en zenuwstelsel (P5P-afhankelijke synthese monoamine neurotransmitters, sfingolipiden en taurine).
De laatste jaren is duidelijk geworden dat pyridoxine, pyridoxaal en pyridoxamine krachtige antioxidanten zijn. Pyridoxamine gaat de vorming van AGE’s (advanced glycation end products) tegen, die bij diabetes mellitus in verhoogde mate worden gevormd en bijdragen aan diabetescomplicaties. Afgezien van P5P is nog relatief weinig bekend over de (gezondheids)effecten van de verschillende vitamine B6-vormen.
Een reeks symptomen en signalen kunnen wijzen op een (ernstig) vitamine-B6-tekort: vermoeidheid, scheurtjes in lippen en mondhoeken, ontstoken tong en/of mondslijmvlies, bloedarmoede, glucose-intolerantie, misselijkheid en braken, seborroïsche dermatitis, vochtretentie, paniekaanvallen, hyperventilatie, migraine, slapeloosheid, geïrriteerdheid, verwarring, depressie, immunodeficiëntie, chronische pijn, cognitieve achteruitgang, convulsies, perifere neuropathie, ataxie, een verhoogde homocysteïne¬spiegel, verhoogde ontstekingsactiviteit (met stijging C-reactief proteïne) en verhoogde oxidatieve stress. Een marginale vitamine B6-status (P5P-spiegel 20-30 nmol/l) of vitamine B6-tekort blijft veelal onopgemerkt maar kan op termijn bijdragen aan het ontstaan van chronische ziekten.

Engelwortel (grote)

Grote engelwortel kan ondersteunend werken bij maag- en darmklachten, gebrek aan eetlust en een opgeblazen gevoel (winderigheid).
🛍 Soria - Angelica archangelica extract tinctuur
Vitaminstore
🛍 Herb Pharm, Angelica, 1 fl oz (29.6 ml)
iHerb

Latijnse naam: Angelica archangelica
Andere namen: Grote engelwortel, engelkruid, heilige geestkruid, hemelwortel
Toepassing bij klachten:
Inwendig gebruik:
Eetlustopwekkend:
Bevordert maagwerking en afscheiding maagsappen, bevordert de galsecretie en galafscheiding, bevordert de pancreassecreties, bevordert de algehele spijsvertering, ontstekingswerend op maag en darmen:
  • Moeilijke en trage spijsvertering, volle maaggevoel.
  • Gebrekkige maasapafscheiding, zware maag, zwakke spijsvertering, slechte vertering van vetten en eiwitten.
  • Zwakke leverwerking.
  • Chronische maagstoornissen/darmstoornissen/galstoornissen, gastritis.
  • Ter voorkomen van maagzweren.
Krampwerend op maag en darmen:
  • Milde krampen/kolieken, maagdarmkrampen, misselijkheid, spastisch colon (irritable bowel syndrome), spastische constipatie.
Windrijvend:
  • Winderigheid (flatulentie), opgeblazen gevoel, volle maaggevoel.
Dosering:
Tinctuur: 3 maal 30 tot 50 druppels per dag voor de maaltijd.

Gebruikte delen:
Vooral de wortel van een 2 jaar oude plant, geoogst in de herfst en snel gedroogd.
    Waarschuwingen:
    Niet te gebruiken in hoge doses door zwangere vrouwen (werkt mogelijk abortief), wel als keukenkruid te gebruiken.
    Niet aan diabetici geven.
    Niet nemen bij actieve maag- en duodenumzweren, bij refluxoesophagitis, bij diverticulose en diverticulitis, bij colitis ulcerosa, bij ernstige leveraandoeningen; tenzij op voorschrift van een deskundige (en dit na de maaltijd in te nemen).
    Vanwege het mogelijk bloedverdunnend effect: niet gebruiken de laatste 14 dagen (zeker de laatste 36 uur) voor een chirurgische of tandheelkundige ingreep; niet geven aan personen met een actieve bloeding (bijvoorbeeld: een bloedende maagzweer).

    Vitamine D3 (cholecalciferol)

    Vitamine D3 is 3 tot 10 x effectiever dan vitamine D2, vitamine D3 heeft de voorkeur als het ingenomen wordt als voedingssupplement. Hoewel vitamine D2 nog veelvuldig gebruikt wordt, wordt het tegenwoordig door deskundigen niet meer als gelijkwaardig beschouwd aan vitamine D3.
    Vitaminhealth - Super D3 Extra Sterk 75 mcg 3000 IE Vitaminstore
    Jarrow Formulas, Vitamin D3, 5000 IU, 100 Softgels iHerb

    Toepassingen:
    • Rachitis (Engelse ziekte): een geremde groei en misvorming van te lange botten bij kinderen. De botten buigen door onder het gewicht tot O-benen of X-benen.
    • Osteomalacie (botverweking): gaat gepaard met spierzwakte en dunner wordende botten.
    • Myopathie (ziekte van het spierweefsel): spierzwakte, bijvoorbeeld moeite hebben met traplopen of opstaan uit een stoel.
    • Osteoporose: de bekendste reden om met vitamine D te behandelen is osteoporose. De standaardbehandeling bij osteoporose is 10 mcg vitamine D per dag. Recent wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat die dosering onvoldoende is en minimaal het dubbele moet zijn.
    • Vitamine D remt mogelijk langs verschillende wegen het ontstaan van: multiple sclerose, diabetes type 1, chronische darmontstekingen, lupus erythematodes.
    • Hart- en vaatziekten: vitamine D tekorten is geassocieerd met een toename van het risico op hoge bloeddruk en cardiovasculaire aandoeningen. In een populatie van 1739 personen die 5 jaar werden gevolgd, bleek dat degenen met lage vitamine D spiegels 62% meer kans op hartfalen hadden.
    • Psoriasis: mogelijk helpt lichttherapie bij psoriasis (en andere huidaandoeningen) omdat de hoeveelheid vitamine D in het lichaam als gevolg daarvan stijgt.
    Dosering:
    De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine D varieert in tussen 2,5 mcg (microgram) per dag voor personen tussen 4 en 50 jaar, tot 12,5 mcg voor personen boven de 70 jaar. Afhankelijk van de blootstelling aan zonlicht en de huidpigmentatie, kan daar nog 2,5 microgram bijkomen. In de ogen van veel deskundigen zijn deze hoeveelheden te laag en aan herziening toe.Om vanuit een toestand van tekorten met de vitamine D spiegels weer normaal te krijgen zijn deze hoeveelheden zelfs volstrekt onvoldoende. Daarvoor zijn doseringen nodig die ver boven de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden uitgaan.

    Synergisme:
    Vitamine D kan een synergetisch effect hebben bij een behandeling met bisfosfonaten (geneesmiddelen die de botafbraak remmen), oestrogenen of raloxifeen (geneesmiddel dat de botafbraak vermindert) om de botmineraaldichtheid te verhogen.

    Waarschuwing:
    In de doseringen die in voedingssupplementen verkrijgbaar zijn, zijn geen contra-indicaties bekend. Ook patiënten met leverziekten kunnen vitamine D supplementen gebruiken. De lever is namelijk in staat om vitamine D te metaboliseren, zelfs in een toestand van vergevorderde leverziekte.
    Het is vrijwel onmogelijk om toxische hoeveelheden vitamine D uit voedingssupplementen te halen. Vitamine D heeft pas toxische effecten bij serumwaarden van 250 nmol calcidiol per liter of meer. Dergelijke waarden worden pas bereikt bij chronisch gebruik van meer dan 10.000 IE (250 µg) vitamine D per dag, 100 x de huidige aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor volwassenen. In voedingssupplementen is de toegestane hoeveelheid vitamine D wettelijk beperkt tot maximaal 5 µg per dag. Voor producten die speciaal bedoeld zijn voor personen van 60 jaar en ouder, kinderen t/m 6 jaar, zwangeren en zogenden geldt een maximale dagdosis van 15 µg vitamine D, maar alleen als op het etiket van een dergelijk product expliciet is vermeld dat het uitsluitend is bedoeld voor deze doelgroepen. Vandaar dat op hooggedoseerde vitamine D producten een waarschuwingstekst op het etiket moeten staan: “Dit product bevat hoeveelheden vitamine D die uitsluitend geschikt zijn voor kinderen van 1 tot en met 6 jaar, zwangeren, zogenden en personen van 60 jaar en ouder”. Paradoxaal genoeg is voor het normaliseren van de vitamine D spiegels vaak aanmerkelijk meer vitamine D nodig dan het wettelijk maximum. Vanwege deze wettelijke beperking is het risico op overdosering van vitamine D door het gebruik van een voedingssupplement, mits men zich aan de aanbevolen dosering houdt daarom uitgesloten. De maximaal veilige dosis voor vitamine D3 is onlangs in de EU verhoogd van 50 naar 100 µg (4000 IE) per dag. Volgens een risicoanalyse uit 2007 kan deze waarde zonder bezwaar verder worden verhoogd tot 250 µg (10.000 IE) per dag. Voor kinderen van 1-10 jaar is de veilige bovengrens recent verdubbeld, van 25 µg naar 50 µg per dag. Voor zuigelingen is deze nog steeds 25 µg per dag.
    Bij langdurig gebruik van bepaalde medicijnen neemt de absorptie van vitamine D af, waardoor op den duur een gebrek kan ontstaan. Dat geldt bijvoorbeeld voor: colestyramine (lipidenverlagend middel), neomycine (antimicrobieel middel) en orlistat (middel bij overgewicht). Neomycine verhoogt ook de uitscheiding van vitamine D. Er zijn ook medicijnen die interfereren met het metabolisme van vitamine D. Enzyminducerende anti-epileptica (zoals carbamezepine, fenobarbital, primidon en fenytoïne) kunnen het vitamine D metabolisme versnellen waardoor op den duur een tekort aan vitamine D kan ontstaan. Ook inname van valproïnezuur, een niet-enzyminducerend anti-epilepticum, kan uiteindelijk leiden tot een verlaagde vitamine D spiegel. Bij gebruik van anti-epileptica is het risico op fracturen dan ook sterk verhoogd en is regelmatige controle van de botstatus gewenst. Corticosteroïden interfereren op diverse wijzen met het metabolisme van vitamine D. Bovendien neemt bij het gebruik van corticosteroïden de absorptie van calcium af en neemt de uitscheiding van calcium toe. Bij langdurig gebruik van corticosteroïden wordt extra calcium en vitamine D aangeraden. Heparine (niet-gefractioneerd), een antistollingsmiddel, remt de omzetting van vitamine D in de nieren naar de actieve vorm. Bij langdurig gebruik van een hoge dosering heparine kan osteoporose ontstaan. Cimetidine remt (waarschijnlijk) de activeringsstap van vitamine D in de lever. Mogelijk geldt hetzelfde ook voor andere H2 receptorantagonisten, maar dit moet nog worden bevestigd in onderzoek. Bij digoxine gebruik kan door vitamine D suppletie het risico op hartritmestoornissen toenemen door vitamine D geïnduceerde hypercalciëmie. Door het gebruik van thiazidediuretica (zoals indapamide, hydrochloorthiazide, chloorthiazide en chloortalidon) neemt de uitscheiding van calcium af. Bij het gebruik van vitamine D in combinatie met deze medicatie moet rekening gehouden worden met hypercalciëmie. Over de doseringen vitamine D waarbij hypercalciëmie kan optreden in combinatie met genoemde medicatie is helaas onvoldoende informatie beschikbaar, maar geadviseerd wordt om voorzichtigheid te betrachten met vitamine D suppletie bij patiënten die deze medicatie gebruiken. Andere interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn ook mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

    Werking:
    Vitamine D is een afwijkend vitamine in de zin dat het lichaam het zelf kan aanmaken. Sterker nog, bij voldoende blootstelling aan ultraviolette straling uit zonlicht of andere bronnen is de eigen aanmaak vele malen groter dan wat via de voeding kan worden opgenomen. Pas bij onvoldoende zonblootstelling wordt vitamine D een essentieel nutriënt en wordt belangrijk hoeveel we ervan via de voeding innemen. Vitamine D en haar metabolieten zijn structureel verwant aan de steroïdhormonen. Met name in het laatste decennium stapelen de wetenschappelijke publicaties over dit nutriënt zich op en wordt duidelijk dat vitamine D in veel meer lichaamsprocessen een rol speelt dan alleen de calciumstofwisseling. Triest genoeg blijkt tegelijkertijd dat de vitamine D status van grote groepen van de bevolking ronduit slecht is, en dat de aanbevelingen en normaalwaarden voor wat een gezonde vitamine D status is, aan herziening toe zijn.
    Zonlicht is voor de mens verreweg de belangrijkste bron van vitamine D. Het lichaam kan in de huid vanuit een metaboliet van cholesterol (7-dehydrocholesterol) vitamine D3 (cholecalciferol) aanmaken onder invloed van het UV-B deel van het zonlicht. Het lichaam heeft een grote capaciteit om vitamine D3 aan te maken. Iemand in badkleding die zolang in de zon zit totdat een lichte roodkleuring van de huid optreedt (erytheem), doet de bloedspiegels van vitamine D3 evenveel stijgen als wanneer deze persoon 10.000 tot 25.000 IE (250 mcg tot 625 mcg) vitamine D via een voedingssupplement zou nemen. Mensen die wonen en werken in een tropisch klimaat, maken naar schatting 10.000 IE (250 µg) per dag aan; 100 maal meer dan de in Nederland aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor volwassenen. 250 Microgram is ook ongeveer het maximum dat het lichaam per dag aanmaakt aan vitamine D. Na excessieve blootstelling aan de zon ontstaat er geen vitamine D toxiciteit, aangezien op een gegeven moment een evenwicht tussen aanmaak en afbraak ontstaat, waarbij een overmaat vitamine D en previtamine D wordt omgezet in inactieve producten. Alles wat de hoeveelheid UV-straling, die de huid binnendringt, beïnvloedt, heeft een enorm effect op de productie van vitamine D in de huid en daarmee op de vitamine D status.
    Zongerelateerd gedrag: veel mensen werken en leven voornamelijk binnen. Zodra men buiten komt bedekt men de huid of gebruikt men een zonnebrandcrème uit angst voor huidkanker. Mensen die zon vermijden lopen zelfs in de zomer kans op vitamine D deficiëntie. In Miami komt onverwacht veel vitamine D tekorten voor, ondanks het zonnige weer en gunstige breedtegraad. Glas in huizen en auto’s weerkaatst UV-B straling, zelfs in de zomer. Lichaamsbedekkende kleding (nikaab, boerka, chador, sluier) worden vooral gedragen door vrouwen met een donkere huidskleur, die sowieso al moeilijker vitamine D aanmaken. Het aanbrengen van een zonnebrandcrème met beschermingsfactor 8 doet de vitamine D3 productie met 97,5% afnemen. Beschermingsfactor 15 remt de vitamine D productie met 99%.
    Huidpigmentatie: melanine in de huid functioneert als natuurlijke bescherming tegen zonnebrand, maar beperkt eveneens de snelheid waarmee vitamine D kan worden aangemaakt. Bij mensen met een donkere huidskleur functioneert de vitamine D synthese in de huid aanmerkelijk langzamer dan bij mensen met een blanke huid en kan tot 99% geremd worden.
    Huidveroudering: Bij stijgende leeftijd wordt de huid dunner en vermindert het vermogen om vitamine D in de huid aan te maken.
    Een gezonde blanke huid is in principe in staat om vrij snel grote hoeveelheden vitamine D aan te maken. Op de 52e breedtegraad, waarop Nederland ligt, wordt in de zomer (mei-september) midden op de dag bij onbewolkte hemel en heldere lucht al na enkele minuten blootstelling van een type-1 huid (blank), met 25% van het lichaamsoppervlak onbedekt en in horizontale positie, 25 microgram (1000 IE) vitamine D aangemaakt. In de winter (november-maart) echter, is het op dezelfde breedtegraad onder geen enkele omstandigheid mogelijk om uitsluitend met behulp van zonlicht een adequate vitamine D status te handhaven.
    Slechts zeer weinig voedingsmiddelen zijn een goede bron van vitamine D. Eigenlijk alleen vette vissoorten en de olie daaruit (met name de visleverolie in de vorm van levertraan) bevatten in vergelijking met ander voedsel relatief veel van het vitamine. Wilde zalm bevat 25 microgram per 100 gram, kweekzalm 10 mcg. Haring bevat 15 microgram vitamine D per 100 gram. Ook eierdooiers bevatten meer vitamine D dan veel ander voedsel, maar de hoeveelheden zijn niet noemenswaardig (zelden meer dan 1,25 microgram per dooier). Aan margarine is in Nederland vitamine D toegevoegd tot de niveaus die van nature in boter voorkomen (7,5 microgram per 100 gram). Consumptie van margarine of boter zal voor hooguit 1 microgram per dag aan de vitamine D inname bijdragen.
    Het gehalte aan vitamine D-achtige stoffen in moedermelk is bijzonder laag en is sterk afhankelijk van de vitamine D status van de moeder. Wanneer moeders reeds een subklinische vitamine D deficiëntie hebben (zoals de meeste vrouwen in westerse landen op ver van de evenaar gelegen breedtegraden en vooral ook in islamitische gemeenschappen), dan hebben de zuigelingen een duidelijk hoger risico om snel een vitamine D gebrek te ontwikkelen.
    Verschillende vormen van vitamine D zijn ontdekt (vitamine D1 t/m D5), waarvan alleen vitamine D2 en vitamine D3 voedingskundig van belang zijn: vitamine D2 (calciferol of ergocalciferol) deze vorm kan onder invloed van UV-licht worden gevormd uit de precursor ergosterol, dat aanwezig is in plantaardige voeding of schimmels (qua voeding het meest relevant zoals kaas, paddenstoelen en gist). In de natuur vindt de omzetting van ergosterol in ergocalciferol echter nauwelijks plaats en ook het menselijk lichaam is daartoe niet in staat. Plantaardig voedsel is daarom een slechte bron van vitamine D. Synthetische vitamine D2, gevormd door UV-bestraling van ergosterol, was tot het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw verreweg de belangrijkste vorm waarin vitamine D aan melk, margarine en andere voedingsmiddelen werd toegevoegd. Inmiddels is vitamine D2 in veel van deze gevallen vervangen door vitamine D3, hoewel ook vitamine D2 nog veel wordt toegepast. Vitamine D3 (cholecalciferol) deze vorm bevindt zich in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong; maar kan ook in de huid worden geproduceerd uit (het uit cholesterol afkomstige) 7-dehydrocholesterol via een fotochemische reactie op ultraviolette stralen uit zonlicht. Vitamine D3 is relatief stabiel in vettige matrices. Het wordt niet geïnactiveerd door pasteurisatie of sterilisatie. In zuur of in contact met zuurstof wordt het geoxideerd en wanneer het aan zonlicht wordt blootgesteld, wordt het geïnactiveerd.
    Bij de meeste zoogdieren, inclusief de mens, is vitamine D3 veel effectiever in het verhogen van de calcidiol spiegels dan D2. Vitamine D3 is tenminste drie en waarschijnlijk eerder 10 maal sterker dan vitamine D2, onder meer vanwege een sterkere bindingsaffiniteit met de vitamine D receptor[6]. Vitamine D3 heeft voor de mens dan ook de voorkeur in geval van suppletie of verrijking. Hoewel vitamine D2 nog veelvuldig gebruikt wordt, wordt het tegenwoordig door deskundigen niet meer als gelijkwaardig beschouwd aan vitamine D3. De hoeveelheid vitamine D kan worden uitgedrukt als microgram ergocalciferol (vitamine D2) of microgram cholecalciferol (vitamine D3). Regelmatig wordt ook de hoeveelheid internationale eenheden (IE) vermeld, waarbij 40 IE overeenkomt met 1 microgram.
    Vitamine D2 en vitamine D3 uit de voeding worden opgenomen in chylomicronen en via het lymfevatenstelsel naar de veneuze bloedsomloop getransporteerd. Vitamine D circuleert via de bloedsomloop door het hele lichaam, gebonden aan het zogenoemde ‘vitamine D-bindend proteïne’ (VDBP). In de huid aangemaakte vitamine D3, dan wel vitamine D2 of D3 uit de voeding, kan vervolgens worden opgeslagen in de vetcellen en van daaruit worden vrijgemaakt. Of het kan naar de lever worden getransporteerd, waar activatie plaatsvindt. Zowel vitamine D2 als vitamine D3 zijn in principe inactief. Om hun fysiologische functies uit te kunnen oefenen, moeten deze verbindingen eerst geactiveerd worden.
    Deze activatie vindt in twee stappen (twee hydroxylatiereacties) plaats. Vooral in de lever, maar ook in een aantal andere lichaamsweefsels, kan vitamine D3 (en D2) op positie 25 worden gehydroxyleerd, waarbij calcidiol ontstaat (25-hydroxyvitamine D). Calcidiol heeft slechts een geringe biologische activiteit. In de lever is een overmaat aan omzettingscapaciteit aanwezig, waardoor de calcidiolspiegels in het plasma stijgen in verhouding met de vitamine D inname. Calcidiolspiegels in het plasma worden daarom regelmatig gebruikt als indicator van de vitamine D status. De halfwaardetijd van calcidiol in de circulatie is ongeveer 1-2 maanden. Calcidiol wordt vervolgens naar de nieren getransporteerd, waar uiteindelijk een volgende hydroxylatiestap plaatsvindt (1-hydoxylatie, via een cytochroom P450 enzym in de proximale tubulus) en het actieve hormoon calcitriol (1α,25-dihydroxycholecalciferol) wordt gevormd. De vorming van calcitriol in de nieren wordt gestimuleerd door het parathormoon, evenals door de hoeveelheid calcium en fosfor in het bloed.
    De fysiologische effecten van vitamine D worden veroorzaakt door de effecten van geactiveerd vitamine D (calcitriol) op de expressie van bepaalde genen. De actieve metaboliet van vitamine D, calcitriol, reguleert de transcriptie van een groot aantal genen door binding aan een transcriptiefactor, de nucleaire vitamine D receptor (VDR). In de meeste celtypes kan echter pas transcriptie plaatsvinden nadat dit complex van calcitriol gebonden aan zijn receptor (VDR) een verbinding (dimeer) vormt met de vitamine A receptor (Retinoïd X Receptor, RXR). De expressie van meer dan 50 genen wordt op deze manier gereguleerd, variërend van genen die een rol spelen bij de mineraalhuishouding, energiestofwisseling, celdifferentiatie en -proliferatie, extracellulaire matrixproteïnen, groeifactoren, signaaleiwitten en peptidehormonen. Genen die op deze wijze gedownreguleerd worden zijn PTH, osteocalcine, proteïne-kinase A remmers en interleukine-2 genen.
    De vitamine D receptor behoort tot de superfamilie van steroïde nuclaire receptors. De mate waarin de cel reageert op calcitriol is voornamelijk afhankelijk van de hoeveelheid aanwezig VDR.
    Vitamine D (en dan met name calcitriol) heeft verschillende functies in het lichaam. Het belang van vitamine D voor de diverse aspecten van de stofwisseling wordt onderstreept door de aanwezigheid van de vitamine D receptor in meer dan 30 verschillende weefsels. Vitamine D receptoren komen met name voor in darmweefsel, en botweefsel, maar ook in andere weefsels zoals de hersenen, borst, prostaatweefsel en lymfocyten.
    De bekendste fysiologische functie van vitamine D is het handhaven van gezonde calcium- en fosfaatconcentraties in het lichaam, zowel intracellulair als extracellulair. Deze moeten binnen een range blijven die cellulaire processen, neuromusculaire functie en botcalcificatie ondersteunt. Vitamine D kan daartoe de efficiëntie verhogen waarmee in de dunne darm calcium en fosfor wordt opgenomen. Daarnaast heeft vitamine D invloed op de heropname van deze stoffen in de nieren. Verder kan vitamine D calcium en fosfor vanuit het bot mobiliseren. Resultaat is onder meer dat Vitamine D de botvorming en de mineralisatie bevordert en essentieel is voor de ontwikkeling van een intact en sterk skelet. De laatste jaren komen ook andere belangrijke functies van vitamine D aan het licht, die niet direct samenhangen met de mineraalstofwisseling, zoals de rol bij de celdifferentiatie en -proliferatie, het belang voor neurologische functies (zoals bij stemmingen en depressie, de rol bij de secretie van insuline en de rol in het immuunsysteem.
    De behoefte aan vitamine D via de voeding is sterk afhankelijk van de hoeveelheid UVB-licht waaraan men zich blootstelt. Het is dan ook moeilijk daar algemeen geldende aanbevelingen voor te doen. De vitamine D status wordt bepaald door het analyseren van de niveaus van calcidiol in het bloed. De referentiewaarden die Nederlandse laboratoria hanteren als normaalwaarden voor calcidiol lopen sterk uiteen. Een serum calcidiolwaarde van 26 nmol/l wordt bijvoorbeeld in het VU Medisch Centrum en het Academisch Ziekenhuis Maastricht beschouwd als normaal, terwijl dezelfde waarde in het Universitair Medisch Centrum Groningen als insufficiënt wordt beschouwd. Ook kan het niveau van het parathormoon een indicator zijn. De vitamine D-spiegel is te laag wanneer de spiegel van het parathormoon stijgt. Met het oog op de parathormoonspiegels is in Frankrijk en de VS de wenselijke calcidiolspiegel inmiddels vastgesteld op 75 nmol/l of hoger.
    Beneden een serumconcentratie van 75 nmol/L compenseert het lichaam de tekortschietende werking van vitamine D op de calciumhuishouding met het verhogen van de parathormoonspiegels. Daarnaast is de calciumabsorptie in de darm beneden een vitamine D spiegel van 75 nmol/L geremd.
    In de praktijk blijkt het voor veel bevolkingsgroepen erg moeilijk te zijn om een adequate vitamine D status te handhaven. Groepen die met name risico lopen op vitamine D deficiëntie zijn vijftigplussers, kinderen, zwangeren, mensen met een donkere huidskleur en mensen die weinig buiten komen of lichaamsbedekkende kleding dragen. Maar ook onder gezonde jongvolwassenen blijkt een inadequate vitamine D status veelvoorkomend te zijn. Wanneer de grens van een lage vitamine D status bij 50 nmol/L wordt gelegd, heeft circa 36% van de gezonde jongeren (18-29 jaar) een te lage vitamine D status, bij 42% van de vrouwen (15-49 jaar) met een donkere huidskleur is dat het geval. In Europa heeft 28-100% van de gezonde en 70-100% van de gehospitaliseerde volwassenen een te lage vitamine D status.
    Om deze reden is vitamine D één van de zeer weinige voedingsstoffen waarvoor het Voedingscentrum suppletie adviseert voor grote groepen Nederlanders: namelijk voor alle kinderen beneden de leeftijd van 5 jaar, voor zwangeren, vrouwen die borstvoeding geven, evenals voor vrouwen vanaf 50 jaar en mannen vanaf 60 jaar.